Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 49

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ/מְנַצֵּ֬חַ לִ/בְנֵי קֹ֬רַח מִזְמֽוֹר׀־׃
STATEN

Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

2
שִׁמְעוּ זֹ֭את כָּל הָֽ/עַמִּ֑ים הַ֝אֲזִ֗ינוּ כָּל יֹ֥שְׁבֵי חָֽלֶד־־־׃
STATEN

Hoort dit, alle gij volken! neemt ter ore, alle inwoners der wereld,

3
גַּם בְּנֵ֣י אָ֭דָם גַּם בְּנֵי אִ֑ישׁ יַ֝֗חַד עָשִׁ֥יר וְ/אֶבְיֽוֹן־־־׃
STATEN

Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!

4
פִּ֭/י יְדַבֵּ֣ר חָכְמ֑וֹת וְ/הָג֖וּת לִבִּ֣/י תְבוּנֽוֹת׃
STATEN

Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, en de overdenking mijns harten zal vol verstand zijn.

5
אַטֶּ֣ה לְ/מָשָׁ֣ל אָזְנִ֑/י אֶפְתַּ֥ח בְּ֝/כִנּ֗וֹר חִידָתִֽ/י׃
STATEN

Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk; ik zal mijn verborgene rede openen op de harp.

6
לָ֣/מָּה אִ֭ירָא בִּ֣/ימֵי רָ֑ע עֲוֺ֖ן עֲקֵבַ֣/י יְסוּבֵּֽ/נִי׃
STATEN

Waarom zou ik vrezen in kwade dagen, als de ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?

7
הַ/בֹּטְחִ֥ים עַל חֵילָ֑/ם וּ/בְ/רֹ֥ב עָ֝שְׁרָ֗/ם יִתְהַלָּֽלוּ־׃
STATEN

Aangaande degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid huns rijkdoms roemen;

8
אָ֗ח לֹא פָדֹ֣ה יִפְדֶּ֣ה אִ֑ישׁ לֹא יִתֵּ֖ן לֵ/אלֹהִ֣ים כָּפְרֽ/וֹ־־׃
STATEN

Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven;

9
וְ֭/יֵקַר פִּדְי֥וֹן נַפְשָׁ֗/ם וְ/חָדַ֥ל לְ/עוֹלָֽם׃
STATEN

(Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);

10
וִֽ/יחִי ע֥וֹד לָ/נֶ֑צַח לֹ֖א יִרְאֶ֣ה הַ/שָּֽׁחַת־׃
STATEN

Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.

11
כִּ֤י יִרְאֶ֨ה חֲכָ֘מִ֤ים יָמ֗וּתוּ יַ֤חַד כְּסִ֣יל וָ/בַ֣עַר יֹאבֵ֑דוּ וְ/עָזְב֖וּ לַ/אֲחֵרִ֣ים חֵילָֽ/ם׀׃
STATEN

Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat te zamen een dwaas en een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten.

12
קִרְבָּ֤/ם בָּתֵּ֨י/מוֹ לְֽ/עוֹלָ֗ם מִ֭שְׁכְּנֹתָ/ם לְ/דֹ֣ר וָ/דֹ֑ר קָֽרְא֥וּ בִ֝/שְׁמוֹתָ֗/ם עֲלֵ֣י אֲדָמֽוֹת׀׃
STATEN

Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 49

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 49 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →