KETUVIM
Psalmen 38
תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Getuigen
מִזְמ֖וֹר לְ/דָוִ֣ד לְ/הַזְכִּֽיר׃
STATEN
Een psalm van David, om te doen gedenken.
יְֽהוָ֗ה אַל בְּ/קֶצְפְּ/ךָ֥ תוֹכִיחֵ֑/נִי וּֽ/בַ/חֲמָתְ/ךָ֥ תְיַסְּרֵֽ/נִי־׃
STATEN
O HEERE! straf mij niet in Uw groten toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.
כִּֽי חִ֭צֶּי/ךָ נִ֣חֲתוּ בִ֑/י וַ/תִּנְחַ֖ת עָלַ֣/י יָדֶֽ/ךָ־׃
STATEN
Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.
אֵין מְתֹ֣ם בִּ֭/בְשָׂרִ/י מִ/פְּנֵ֣י זַעְמֶ֑/ךָ אֵין שָׁל֥וֹם בַּ֝/עֲצָמַ֗/י מִ/פְּנֵ֥י חַטָּאתִֽ/י־־׃
STATEN
Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.
כִּ֣י עֲ֭וֺנֹתַ/י עָבְר֣וּ רֹאשִׁ֑/י כְּ/מַשָּׂ֥א כָ֝בֵ֗ד יִכְבְּד֥וּ מִמֶּֽ/נִּי׃
STATEN
Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.
הִבְאִ֣ישׁוּ נָ֭מַקּוּ חַבּוּרֹתָ֑/י מִ֝/פְּנֵ֗י אִוַּלְתִּֽ/י׃
STATEN
Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn dwaasheid.
נַעֲוֵ֣יתִי שַׁחֹ֣תִי עַד מְאֹ֑ד כָּל הַ֝/יּ֗וֹם קֹדֵ֥ר הִלָּֽכְתִּי־־׃
STATEN
Ik ben krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen; ik ga den gansen dag in het zwart.
כִּֽי כְ֭סָלַ/י מָלְא֣וּ נִקְלֶ֑ה וְ/אֵ֥ין מְ֝תֹ֗ם בִּ/בְשָׂרִֽ/י־׃
STATEN
Want mijn darmen zijn vol van verachtelijke plage, en er is niets geheels in mijn vlees.
נְפוּג֣וֹתִי וְ/נִדְכֵּ֣יתִי עַד מְאֹ֑ד שָׁ֝אַ֗גְתִּי מִֽ/נַּהֲמַ֥ת לִבִּֽ/י־׃
STATEN
Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten.
אֲֽדֹנָ/י נֶגְדְּ/ךָ֥ כָל תַּאֲוָתִ֑/י וְ֝/אַנְחָתִ֗/י מִמְּ/ךָ֥ לֹא נִסְתָּֽרָה־־׃
STATEN
Heere! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.
לִבִּ֣/י סְ֭חַרְחַר עֲזָבַ֣/נִי כֹחִ֑/י וְֽ/אוֹר עֵינַ֥/י גַּם הֵ֝֗ם אֵ֣ין אִתִּֽ/י־־׃
STATEN
Mijn hart keert om en om, mijn kracht heeft mij verlaten; en het licht mijner ogen, ook zij zelven zijn niet bij mij.
אֹֽהֲבַ֨/י וְ/רֵעַ֗/י מִ/נֶּ֣גֶד נִגְעִ֣/י יַעֲמֹ֑דוּ וּ֝/קְרוֹבַ֗/י מֵ/רָחֹ֥ק עָמָֽדוּ׀׃
STATEN
Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre.