Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 38

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
מִזְמ֖וֹר לְ/דָוִ֣ד לְ/הַזְכִּֽיר׃
STATEN

Een psalm van David, om te doen gedenken.

2
יְֽהוָ֗ה אַל בְּ/קֶצְפְּ/ךָ֥ תוֹכִיחֵ֑/נִי וּֽ/בַ/חֲמָתְ/ךָ֥ תְיַסְּרֵֽ/נִי־׃
STATEN

O HEERE! straf mij niet in Uw groten toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.

3
כִּֽי חִ֭צֶּי/ךָ נִ֣חֲתוּ בִ֑/י וַ/תִּנְחַ֖ת עָלַ֣/י יָדֶֽ/ךָ־׃
STATEN

Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.

4
אֵין מְתֹ֣ם בִּ֭/בְשָׂרִ/י מִ/פְּנֵ֣י זַעְמֶ֑/ךָ אֵין שָׁל֥וֹם בַּ֝/עֲצָמַ֗/י מִ/פְּנֵ֥י חַטָּאתִֽ/י־־׃
STATEN

Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.

5
כִּ֣י עֲ֭וֺנֹתַ/י עָבְר֣וּ רֹאשִׁ֑/י כְּ/מַשָּׂ֥א כָ֝בֵ֗ד יִכְבְּד֥וּ מִמֶּֽ/נִּי׃
STATEN

Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.

6
הִבְאִ֣ישׁוּ נָ֭מַקּוּ חַבּוּרֹתָ֑/י מִ֝/פְּנֵ֗י אִוַּלְתִּֽ/י׃
STATEN

Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn dwaasheid.

7
נַעֲוֵ֣יתִי שַׁחֹ֣תִי עַד מְאֹ֑ד כָּל הַ֝/יּ֗וֹם קֹדֵ֥ר הִלָּֽכְתִּי־־׃
STATEN

Ik ben krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen; ik ga den gansen dag in het zwart.

8
כִּֽי כְ֭סָלַ/י מָלְא֣וּ נִקְלֶ֑ה וְ/אֵ֥ין מְ֝תֹ֗ם בִּ/בְשָׂרִֽ/י־׃
STATEN

Want mijn darmen zijn vol van verachtelijke plage, en er is niets geheels in mijn vlees.

9
נְפוּג֣וֹתִי וְ/נִדְכֵּ֣יתִי עַד מְאֹ֑ד שָׁ֝אַ֗גְתִּי מִֽ/נַּהֲמַ֥ת לִבִּֽ/י־׃
STATEN

Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten.

10
אֲֽדֹנָ/י נֶגְדְּ/ךָ֥ כָל תַּאֲוָתִ֑/י וְ֝/אַנְחָתִ֗/י מִמְּ/ךָ֥ לֹא נִסְתָּֽרָה־־׃
STATEN

Heere! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.

11
לִבִּ֣/י סְ֭חַרְחַר עֲזָבַ֣/נִי כֹחִ֑/י וְֽ/אוֹר עֵינַ֥/י גַּם הֵ֝֗ם אֵ֣ין אִתִּֽ/י־־׃
STATEN

Mijn hart keert om en om, mijn kracht heeft mij verlaten; en het licht mijner ogen, ook zij zelven zijn niet bij mij.

12
אֹֽהֲבַ֨/י וְ/רֵעַ֗/י מִ/נֶּ֣גֶד נִגְעִ֣/י יַעֲמֹ֑דוּ וּ֝/קְרוֹבַ֗/י מֵ/רָחֹ֥ק עָמָֽדוּ׀׃
STATEN

Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 38

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 38 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →