KETUVIM

Psalmen 24

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (150)
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Getuigen
Interlineair
1
לְ/דָוִ֗ד מִ֫זְמ֥וֹר לַֽ֭/יהוָה הָ/אָ֣רֶץ וּ/מְלוֹאָ֑/הּ תֵּ֝בֵ֗ל וְ/יֹ֣שְׁבֵי בָֽ/הּ
STATEN

Een psalm van David. De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen.

2
כִּי ה֭וּא עַל יַמִּ֣ים יְסָדָ֑/הּ וְ/עַל נְ֝הָר֗וֹת יְכוֹנְנֶֽ/הָ
STATEN

Want Hij heeft ze gegrond op de zeeën, en heeft ze gevestigd op de rivieren.

3
מִֽי יַעֲלֶ֥ה בְ/הַר יְהוָ֑ה וּ/מִי יָ֝קוּם בִּ/מְק֥וֹם קָדְשֽׁ/וֹ
STATEN

Wie zal klimmen op den berg des HEEREN, en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid?

4
נְקִ֥י כַפַּ֗יִם וּֽ/בַר לֵ֫בָ֥ב אֲשֶׁ֤ר לֹא נָשָׂ֣א לַ/שָּׁ֣וְא נַפְשִׁ֑/י וְ/לֹ֖א נִשְׁבַּ֣ע לְ/מִרְמָֽה
STATEN

Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert;

5
יִשָּׂ֣א בְ֭רָכָה מֵ/אֵ֣ת יְהוָ֑ה וּ֝/צְדָקָ֗ה מֵ/אֱלֹהֵ֥י יִשְׁעֽ/וֹ
STATEN

Die zal den zegen ontvangen van den HEERE, en gerechtigheid van den God zijns heils.

6
זֶ֭ה דּ֣וֹר דרש/ו מְבַקְשֵׁ֨י פָנֶ֖י/ךָ יַעֲקֹ֣ב סֶֽלָה דֹּרְשָׁ֑י/ו
STATEN

Dat is het geslacht dergenen, die naar Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken, dat is Jakob! Sela.

7
שְׂא֤וּ שְׁעָרִ֨ים רָֽאשֵׁי/כֶ֗ם וְֽ֭/הִנָּשְׂאוּ פִּתְחֵ֣י עוֹלָ֑ם וְ֝/יָב֗וֹא מֶ֣לֶךְ הַ/כָּבֽוֹד
STATEN

Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!

8
מִ֥י זֶה֮ מֶ֤לֶךְ הַ/כָּ֫ב֥וֹד יְ֭הוָה עִזּ֣וּז וְ/גִבּ֑וֹר יְ֝הוָ֗ה גִּבּ֥וֹר מִלְחָמָֽה
STATEN

Wie is de Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in den strijd.

9
שְׂא֤וּ שְׁעָרִ֨ים רָֽאשֵׁי/כֶ֗ם וּ֭/שְׂאוּ פִּתְחֵ֣י עוֹלָ֑ם וְ֝/יָבֹא מֶ֣לֶךְ הַ/כָּבֽוֹד
STATEN

Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga!

10
מִ֤י ה֣וּא זֶה֮ מֶ֤לֶךְ הַ/כָּ֫ב֥וֹד יְהוָ֥ה צְבָא֑וֹת ה֤וּא מֶ֖לֶךְ הַ/כָּב֣וֹד סֶֽלָה
STATEN

Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela.