Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 80

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ/מְנַצֵּ֥חַ אֶל שֹׁשַׁנִּ֑ים עֵד֖וּת לְ/אָסָ֣ף מִזְמֽוֹר־׃
STATEN

Voor den opperzangmeester, op Schóschannim; een getuigenis, een psalm van Asaf.

2
רֹ֘עֵ֤ה יִשְׂרָאֵ֨ל הַאֲזִ֗ינָ/ה נֹהֵ֣ג כַּ/צֹּ֣אן יוֹסֵ֑ף יֹשֵׁ֖ב הַ/כְּרוּבִ֣ים הוֹפִֽיעָ/ה׀׃
STATEN

O Herder Israëls! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkende.

3
לִ/פְנֵ֤י אֶפְרַ֨יִם וּ/בִנְיָ֘מִ֤ן וּ/מְנַשֶּׁ֗ה עוֹרְרָ֥/ה אֶת גְּבֽוּרָתֶ֑/ךָ וּ/לְכָ֖/ה לִ/ישֻׁעָ֣תָ/ה לָּֽ/נוּ׀־׃
STATEN

Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraïm, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing.

4
אֱלֹהִ֥ים הֲשִׁיבֵ֑/נוּ וְ/הָאֵ֥ר פָּ֝נֶ֗י/ךָ וְ/נִוָּשֵֽׁעָה׃
STATEN

O God! breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden.

5
יְהוָ֣ה אֱלֹהִ֣ים צְבָא֑וֹת עַד מָתַ֥י עָ֝שַׁ֗נְתָּ בִּ/תְפִלַּ֥ת עַמֶּֽ/ךָ־׃
STATEN

O HEERE, God der heirscharen! hoe lang zult Gij roken tegen het gebed Uws volks?

6
הֶ֭אֱכַלְתָּ/ם לֶ֣חֶם דִּמְעָ֑ה וַ֝/תַּשְׁקֵ֗/מוֹ בִּ/דְמָע֥וֹת שָׁלִֽישׁ׃
STATEN

Gij spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling.

7
תְּשִׂימֵ֣/נוּ מָ֭דוֹן לִ/שְׁכֵנֵ֑י/נוּ וְ֝/אֹיְבֵ֗י/נוּ יִלְעֲגוּ לָֽ/מוֹ־׃
STATEN

Gij hebt ons onzen naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder elkander.

8
אֱלֹהִ֣ים צְבָא֣וֹת הֲשִׁיבֵ֑/נוּ וְ/הָאֵ֥ר פָּ֝נֶ֗י/ךָ וְ/נִוָּשֵֽׁעָה׃
STATEN

O God der heirscharen! breng ons weder, en laat Uw aangezicht lichten; zo zullen wij verlost worden.

9
גֶּ֭פֶן מִ/מִּצְרַ֣יִם תַּסִּ֑יעַ תְּגָרֵ֥שׁ גּ֝וֹיִ֗ם וַ/תִּטָּעֶֽ/הָ׃
STATEN

Gij hebt een wijnstok uit Egypte overgebracht, hebt de heidenen verdreven, en hebt denzelven geplant;

10
פִּנִּ֥יתָ לְ/פָנֶ֑י/הָ וַ/תַּשְׁרֵ֥שׁ שָׁ֝רָשֶׁ֗י/הָ וַ/תְּמַלֵּא אָֽרֶץ־׃
STATEN

Gij hebt de plaats voor hem bereid, en zijn wortelen doen inwortelen, zodat hij het land vervuld heeft.

11
כָּסּ֣וּ הָרִ֣ים צִלָּ֑/הּ וַ֝/עֲנָפֶ֗י/הָ אַֽרְזֵי אֵֽל־׃
STATEN

De bergen zijn met zijn schaduw bedekt geweest, en zijn ranken waren als cederbomen Gods.

12
תְּשַׁלַּ֣ח קְצִירֶ֣/הָ עַד יָ֑ם וְ/אֶל נָ֝הָ֗ר יֽוֹנְקוֹתֶֽי/הָ־־׃
STATEN

Hij schoot zijn ranken uit tot aan de zee, en zijn scheuten tot aan de rivier.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 80

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 80 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →