KETUVIM
Psalmen 86
תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Getuigen
תְּפִלָּ֗ה לְ/דָ֫וִ֥ד הַטֵּֽה יְהוָ֣ה אָזְנְ/ךָ֣ עֲנֵ֑/נִי כִּֽי עָנִ֖י וְ/אֶבְי֣וֹן אָֽנִי־־׃
STATEN
Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.
שָֽׁמְרָ֣/ה נַפְשִׁ/י֮ כִּֽי חָסִ֪יד אָ֥נִי הוֹשַׁ֣ע עַ֭בְדְּ/ךָ אַתָּ֣ה אֱלֹהַ֑/י הַ/בּוֹטֵ֥חַ אֵלֶֽי/ךָ־׃
STATEN
Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt.
חָנֵּ֥/נִי אֲדֹנָ֑/י כִּ֥י אֵלֶ֥י/ךָ אֶ֝קְרָ֗א כָּל הַ/יּֽוֹם־׃
STATEN
Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag.
שַׂ֭מֵּחַ נֶ֣פֶשׁ עַבְדֶּ֑/ךָ כִּ֥י אֵלֶ֥י/ךָ אֲ֝דֹנָ֗/י נַפְשִׁ֥/י אֶשָּֽׂא׃
STATEN
Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, Heere! verhef ik mijn ziel.
כִּֽי אַתָּ֣ה אֲ֭דֹנָ/י ט֣וֹב וְ/סַלָּ֑ח וְ/רַב חֶ֝֗סֶד לְ/כָל קֹרְאֶֽי/ךָ־־־׃
STATEN
Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen.
הַאֲזִ֣ינָ/ה יְ֭הוָה תְּפִלָּתִ֑/י וְ֝/הַקְשִׁ֗יבָ/ה בְּ/ק֣וֹל תַּחֲנוּנוֹתָֽ/י׃
STATEN
HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.
בְּ/י֣וֹם צָ֭רָתִ֥/י אֶקְרָאֶ֗/ךָּ כִּ֣י תַעֲנֵֽ/נִי׃
STATEN
In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.
אֵין כָּמ֖וֹ/ךָ בָ/אֱלֹהִ֥ים אֲדֹנָ֗/י וְ/אֵ֣ין כְּֽ/מַעֲשֶֽׂי/ךָ־׀׃
STATEN
Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.
כָּל גּוֹיִ֤ם אֲשֶׁ֥ר עָשִׂ֗יתָ יָב֤וֹאוּ וְ/יִשְׁתַּחֲו֣וּ לְ/פָנֶ֣י/ךָ אֲדֹנָ֑/י וִֽ/יכַבְּד֣וּ לִ/שְׁמֶֽ/ךָ־׀׀׃
STATEN
Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.
כִּֽי גָד֣וֹל אַ֭תָּה וְ/עֹשֵׂ֣ה נִפְלָא֑וֹת אַתָּ֖ה אֱלֹהִ֣ים לְ/בַדֶּֽ/ךָ־׃
STATEN
Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.
ה֘וֹרֵ֤/נִי יְהוָ֨ה דַּרְכֶּ֗/ךָ אֲהַלֵּ֥ךְ בַּ/אֲמִתֶּ֑/ךָ יַחֵ֥ד לְ֝בָבִ֗/י לְ/יִרְאָ֥ה שְׁמֶֽ/ךָ׀׃
STATEN
Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
אוֹדְ/ךָ֤ אֲדֹנָ֣/י אֱ֭לֹהַ/י בְּ/כָל לְבָבִ֑/י וַ/אֲכַבְּדָ֖ה שִׁמְ/ךָ֣ לְ/עוֹלָֽם׀־׃
STATEN
Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;