Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 12

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ/מְנַצֵּ֥חַ עַֽל הַ/שְּׁמִינִ֗ית מִזְמ֥וֹר לְ/דָוִֽד־׃
STATEN

Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Scheminîth.

2
הוֹשִׁ֣יעָ/ה יְ֭הוָה כִּי גָמַ֣ר חָסִ֑יד כִּי פַ֥סּוּ אֱ֝מוּנִ֗ים מִ/בְּנֵ֥י אָדָֽם־־׃
STATEN

Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.

3
שָׁ֤וְא יְֽדַבְּרוּ֮ אִ֤ישׁ אֶת רֵ֫עֵ֥/הוּ שְׂפַ֥ת חֲלָק֑וֹת בְּ/לֵ֖ב וָ/לֵ֣ב יְדַבֵּֽרוּ׀־׃
STATEN

Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart.

4
יַכְרֵ֣ת יְ֭הוָה כָּל שִׂפְתֵ֣י חֲלָק֑וֹת לָ֝שׁ֗וֹן מְדַבֶּ֥רֶת גְּדֹלֽוֹת־׃
STATEN

De HEERE snijde af alle vleiende lippen, de grootsprekende tong.

5
אֲשֶׁ֤ר אָֽמְר֨וּ לִ/לְשֹׁנֵ֣/נוּ נַ֭גְבִּיר שְׂפָתֵ֣י/נוּ אִתָּ֑/נוּ מִ֖י אָד֣וֹן לָֽ/נוּ׀׃
STATEN

Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

6
מִ/שֹּׁ֥ד עֲנִיִּים֮ מֵ/אַנְקַ֪ת אֶבְי֫וֹנִ֥ים עַתָּ֣ה אָ֭קוּם יֹאמַ֣ר יְהוָ֑ה אָשִׁ֥ית בְּ֝/יֵ֗שַׁע יָפִ֥יחַֽ לֽ/וֹ׃
STATEN

Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen, zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE; Ik zal in behoudenis zetten, dien hij aanblaast.

7
אִֽמֲר֣וֹת יְהוָה֮ אֲמָר֪וֹת טְהֹ֫ר֥וֹת כֶּ֣סֶף צָ֭רוּף בַּ/עֲלִ֣יל לָ/אָ֑רֶץ מְ֝זֻקָּ֗ק שִׁבְעָתָֽיִם׃
STATEN

De redenen des HEEREN zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.

8
אַתָּֽה יְהוָ֥ה תִּשְׁמְרֵ֑/ם תִּצְּרֶ֓/נּוּ מִן הַ/דּ֖וֹר ז֣וּ לְ/עוֹלָֽם־׀־׃
STATEN

Gij, HEERE, zult hen bewaren; Gij zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid.

9
סָבִ֗יב רְשָׁעִ֥ים יִתְהַלָּכ֑וּ/ן כְּ/רֻ֥ם זֻ֝לּ֗וּת לִ/בְנֵ֥י אָדָֽם׃
STATEN

De goddelozen draven rondom, wanneer de snoodsten van des mensenkinderen verhoogd worden.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 12

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 12 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →