KETUVIM

Psalmen 133

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (150)
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Getuigen
Interlineair
1
שִׁ֥יר הַֽ/מַּעֲל֗וֹת לְ/דָ֫וִ֥ד הִנֵּ֣ה מַה טּ֭וֹב וּ/מַה נָּעִ֑ים שֶׁ֖בֶת אַחִ֣ים גַּם יָֽחַד
STATEN

Een lied Hammaälôth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.

2
כַּ/שֶּׁ֤מֶן הַ/טּ֨וֹב עַל הָ/רֹ֗אשׁ יֹרֵ֗ד עַֽל הַ/זָּקָ֥ן זְקַֽן אַהֲרֹ֑ן שֶׁ֝/יֹּרֵ֗ד עַל פִּ֥י מִדּוֹתָֽי/ו
STATEN

Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, den baard van Aäron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen.

3
כְּ/טַל חֶרְמ֗וֹן שֶׁ/יֹּרֵד֮ עַל הַרְרֵ֪י צִ֫יּ֥וֹן כִּ֤י שָׁ֨ם צִוָּ֣ה יְ֭הוָה אֶת הַ/בְּרָכָ֑ה חַ֝יִּ֗ים עַד הָ/עוֹלָֽם
STATEN

Het is gelijk de dauw van Hermon, en die nederdaalt op de bergen van Sion, want de HEERE gebiedt aldaar den zegen en het leven tot in der eeuwigheid.