KETUVIM
Psalmen 107
תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Getuigen
הֹד֣וּ לַ/יהוָ֣ה כִּי ט֑וֹב כִּ֖י לְ/עוֹלָ֣ם חַסְדּֽ/וֹ־׃
STATEN
Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
יֹ֭אמְרוּ גְּאוּלֵ֣י יְהוָ֑ה אֲשֶׁ֥ר גְּ֝אָלָ֗/ם מִ/יַּד צָֽר־׃
STATEN
Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen, die Hij van de hand der wederpartijders bevrijd heeft.
וּֽ/מֵ/אֲרָצ֗וֹת קִ֫בְּצָ֥/ם מִ/מִּזְרָ֥ח וּ/מִֽ/מַּעֲרָ֑ב מִ/צָּפ֥וֹן וּ/מִ/יָּֽם׃
STATEN
En die Hij uit de landen verzameld heeft, van het oosten en van het westen, van het noorden en van de zee.
תָּע֣וּ בַ֭/מִּדְבָּר בִּ/ישִׁימ֣וֹן דָּ֑רֶךְ עִ֥יר מ֝וֹשָׁ֗ב לֹ֣א מָצָֽאוּ׃
STATEN
Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis, die geen stad ter woning vonden;
רְעֵבִ֥ים גַּם צְמֵאִ֑ים נַ֝פְשָׁ֗/ם בָּ/הֶ֥ם תִּתְעַטָּֽף־׃
STATEN
Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt.
וַ/יִּצְעֲק֣וּ אֶל יְ֭הוָה בַּ/צַּ֣ר לָ/הֶ֑ם מִ֝/מְּצֽוּקוֹתֵי/הֶ֗ם יַצִּילֵֽ/ם־׃
STATEN
Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten;
וַ֭/יַּֽדְרִיכֵ/ם בְּ/דֶ֣רֶךְ יְשָׁרָ֑ה לָ֝/לֶ֗כֶת אֶל עִ֥יר מוֹשָֽׁב־׃
STATEN
En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.
יוֹד֣וּ לַ/יהוָ֣ה חַסְדּ֑/וֹ וְ֝/נִפְלְאוֹתָ֗י/ו לִ/בְנֵ֥י אָדָֽם׃
STATEN
Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;
כִּי הִ֭שְׂבִּיעַ נֶ֣פֶשׁ שֹׁקֵקָ֑ה וְ/נֶ֥פֶשׁ רְ֝עֵבָה מִלֵּא טֽוֹב־־׃
STATEN
Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;
יֹ֭שְׁבֵי חֹ֣שֶׁךְ וְ/צַלְמָ֑וֶת אֲסִירֵ֖י עֳנִ֣י וּ/בַרְזֶֽל׃
STATEN
Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer;
כִּֽי הִמְר֥וּ אִמְרֵי אֵ֑ל וַ/עֲצַ֖ת עֶלְי֣וֹן נָאָֽצוּ־־׃
STATEN
Omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogsten onwaardiglijk verworpen hadden.
וַ/יַּכְנַ֣ע בֶּ/עָמָ֣ל לִבָּ֑/ם כָּ֝שְׁל֗וּ וְ/אֵ֣ין עֹזֵֽר׃
STATEN
Waarom Hij hun het hart door zwarigheid vernederd heeft; zij zijn gestruikeld, en er was geen helper.