Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 107

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
הֹד֣וּ לַ/יהוָ֣ה כִּי ט֑וֹב כִּ֖י לְ/עוֹלָ֣ם חַסְדּֽ/וֹ־׃
STATEN

Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

2
יֹ֭אמְרוּ גְּאוּלֵ֣י יְהוָ֑ה אֲשֶׁ֥ר גְּ֝אָלָ֗/ם מִ/יַּד צָֽר־׃
STATEN

Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen, die Hij van de hand der wederpartijders bevrijd heeft.

3
וּֽ/מֵ/אֲרָצ֗וֹת קִ֫בְּצָ֥/ם מִ/מִּזְרָ֥ח וּ/מִֽ/מַּעֲרָ֑ב מִ/צָּפ֥וֹן וּ/מִ/יָּֽם׃
STATEN

En die Hij uit de landen verzameld heeft, van het oosten en van het westen, van het noorden en van de zee.

4
תָּע֣וּ בַ֭/מִּדְבָּר בִּ/ישִׁימ֣וֹן דָּ֑רֶךְ עִ֥יר מ֝וֹשָׁ֗ב לֹ֣א מָצָֽאוּ׃
STATEN

Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis, die geen stad ter woning vonden;

5
רְעֵבִ֥ים גַּם צְמֵאִ֑ים נַ֝פְשָׁ֗/ם בָּ/הֶ֥ם תִּתְעַטָּֽף־׃
STATEN

Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt.

6
וַ/יִּצְעֲק֣וּ אֶל יְ֭הוָה בַּ/צַּ֣ר לָ/הֶ֑ם מִ֝/מְּצֽוּקוֹתֵי/הֶ֗ם יַצִּילֵֽ/ם־׃
STATEN

Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten;

7
וַ֭/יַּֽדְרִיכֵ/ם בְּ/דֶ֣רֶךְ יְשָׁרָ֑ה לָ֝/לֶ֗כֶת אֶל עִ֥יר מוֹשָֽׁב־׃
STATEN

En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.

8
יוֹד֣וּ לַ/יהוָ֣ה חַסְדּ֑/וֹ וְ֝/נִפְלְאוֹתָ֗י/ו לִ/בְנֵ֥י אָדָֽם׃
STATEN

Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;

9
כִּי הִ֭שְׂבִּיעַ נֶ֣פֶשׁ שֹׁקֵקָ֑ה וְ/נֶ֥פֶשׁ רְ֝עֵבָה מִלֵּא טֽוֹב־־׃
STATEN

Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;

10
יֹ֭שְׁבֵי חֹ֣שֶׁךְ וְ/צַלְמָ֑וֶת אֲסִירֵ֖י עֳנִ֣י וּ/בַרְזֶֽל׃
STATEN

Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer;

11
כִּֽי הִמְר֥וּ אִמְרֵי אֵ֑ל וַ/עֲצַ֖ת עֶלְי֣וֹן נָאָֽצוּ־־׃
STATEN

Omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogsten onwaardiglijk verworpen hadden.

12
וַ/יַּכְנַ֣ע בֶּ/עָמָ֣ל לִבָּ֑/ם כָּ֝שְׁל֗וּ וְ/אֵ֣ין עֹזֵֽר׃
STATEN

Waarom Hij hun het hart door zwarigheid vernederd heeft; zij zijn gestruikeld, en er was geen helper.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 107

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 107 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →