Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 68

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ/מְנַצֵּ֥חַ לְ/דָוִ֗ד מִזְמ֥וֹר שִֽׁיר׃
STATEN

Een psalm, een lied van David, voor den opperzangmeester.

2
יָק֣וּם אֱ֭לֹהִים יָפ֣וּצוּ אוֹיְבָ֑י/ו וְ/יָנ֥וּסוּ מְ֝שַׂנְאָ֗י/ו מִ/פָּנָֽי/ו׃
STATEN

God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.

3
כְּ/הִנְדֹּ֥ף עָשָׁ֗ן תִּ֫נְדֹּ֥ף כְּ/הִמֵּ֣ס דּ֭וֹנַג מִ/פְּנֵי אֵ֑שׁ יֹאבְד֥וּ רְ֝שָׁעִ֗ים מִ/פְּנֵ֥י אֱלֹהִֽים־׃
STATEN

Gij zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht.

4
וְֽ/צַדִּיקִ֗ים יִשְׂמְח֣וּ יַֽ֭עַלְצוּ לִ/פְנֵ֥י אֱלֹהִ֗ים וְ/יָשִׂ֥ישׂוּ בְ/שִׂמְחָֽה׃
STATEN

Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn.

5
שִׁ֤ירוּ לֵֽ/אלֹהִים֮ זַמְּר֪וּ שְׁ֫מ֥/וֹ סֹ֡לּוּ לָ/רֹכֵ֣ב בָּ֭/עֲרָבוֹת בְּ/יָ֥הּ שְׁמ֗/וֹ וְ/עִלְז֥וּ לְ/פָנָֽי/ו׀׃
STATEN

Zingt Gode, psalmzingt Zijn Naam; hoogt de wegen voor Dien, Die in de vlakke velden rijdt, omdat Zijn Naam is HEERE; en springt op van vreugde voor Zijn aangezicht.

6
אֲבִ֣י יְ֭תוֹמִים וְ/דַיַּ֣ן אַלְמָנ֑וֹת אֱ֝לֹהִ֗ים בִּ/מְע֥וֹן קָדְשֽׁ/וֹ׃
STATEN

Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid.

7
אֱלֹהִ֤ים מ֘וֹשִׁ֤יב יְחִידִ֨ים בַּ֗יְתָ/ה מוֹצִ֣יא אֲ֭סִירִים בַּ/כּוֹשָׁר֑וֹת אַ֥ךְ ס֝וֹרֲרִ֗ים שָׁכְנ֥וּ צְחִיחָֽה׀׀׃
STATEN

Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien gevangen zijn; maar de afvalligen wonen in het dorre.

8
אֱֽלֹהִ֗ים בְּ֭/צֵאתְ/ךָ לִ/פְנֵ֣י עַמֶּ֑/ךָ בְּ/צַעְדְּ/ךָ֖ בִֽ/ישִׁימ֣וֹן סֶֽלָה׃
STATEN

O God! toen Gij voor het aangezicht Uws volks uittoogt, toen Gij daarhenen tradt in de woestijn; Sela.

9
אֶ֤רֶץ רָעָ֨שָׁה אַף שָׁמַ֣יִם נָטְפוּ֮ מִ/פְּנֵ֪י אֱלֹ֫הִ֥ים זֶ֥ה סִינַ֑י מִ/פְּנֵ֥י אֱ֝לֹהִ֗ים אֱלֹהֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל׀־׃
STATEN

Daverde de aarde, ook dropen de hemelen voor Gods aanschijn; zelfs deze Sinaï, voor het aanschijn Gods, des Gods van Israël.

10
גֶּ֣שֶׁם נְ֭דָבוֹת תָּנִ֣יף אֱלֹהִ֑ים נַחֲלָתְ/ךָ֥ וְ֝/נִלְאָ֗ה אַתָּ֥ה כֽוֹנַנְתָּֽ/הּ׃
STATEN

Gij hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en Gij hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden.

11
חַיָּתְ/ךָ֥ יָֽשְׁבוּ בָ֑/הּ תָּ֤כִ֥ין בְּ/טוֹבָתְ/ךָ֖ לֶ/עָנִ֣י אֱלֹהִֽים־׃
STATEN

Uw hoop woonde daarin; Gij bereiddet ze door Uw goedheid voor den ellendige, o God!

12
אֲדֹנָ֥/י יִתֶּן אֹ֑מֶר הַֽ֝/מְבַשְּׂר֗וֹת צָבָ֥א רָֽב־׃
STATEN

De Heere gaf te spreken; der boodschappers van goede tijdingen was een grote heirschaar.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 68

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 68 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →