Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 48

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
שִׁ֥יר מִ֝זְמוֹר לִ/בְנֵי קֹֽרַח־׃
STATEN

Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.

2
גָּ֘ד֤וֹל יְהוָ֣ה וּ/מְהֻלָּ֣ל מְאֹ֑ד בְּ/עִ֥יר אֱ֝לֹהֵ֗י/נוּ הַר קָדְשֽׁ/וֹ־׃
STATEN

De HEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad onzes Gods, op den berg Zijner heiligheid.

3
יְפֵ֥ה נוֹף֮ מְשׂ֪וֹשׂ כָּל הָ֫/אָ֥רֶץ הַר צִ֭יּוֹן יַרְכְּתֵ֣י צָפ֑וֹן קִ֝רְיַ֗ת מֶ֣לֶךְ רָֽב־־׃
STATEN

Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad des groten Konings.

4
אֱלֹהִ֥ים בְּ/אַרְמְנוֹתֶ֗י/הָ נוֹדַ֥ע לְ/מִשְׂגָּֽב׃
STATEN

God is in haar paleizen; Hij is er bekend voor een Hoog Vertrek.

5
כִּֽי הִנֵּ֣ה הַ֭/מְּלָכִים נֽוֹעֲד֑וּ עָבְר֥וּ יַחְדָּֽו־׃
STATEN

Want ziet, de koningen waren vergaderd; zij waren te zamen doorgetogen.

6
הֵ֣מָּה רָ֭אוּ כֵּ֣ן תָּמָ֑הוּ נִבְהֲל֥וּ נֶחְפָּֽזוּ׃
STATEN

Gelijk zij het zagen, alzo waren zij verwonderd; zij werden verschrikt, zij haastten weg.

7
רְ֭עָדָה אֲחָזָ֣תַ/ם שָׁ֑ם חִ֝֗יל כַּ/יּוֹלֵֽדָה׃
STATEN

Beving greep hen aldaar aan, smart als van een barende vrouw.

8
בְּ/ר֥וּחַ קָדִ֑ים תְּ֝שַׁבֵּ֗ר אֳנִיּ֥וֹת תַּרְשִֽׁישׁ׃
STATEN

Met een oostenwind verbreekt Gij de schepen van Tharsis.

9
כַּ/אֲשֶׁ֤ר שָׁמַ֨עְנוּ כֵּ֤ן רָאִ֗ינוּ בְּ/עִיר יְהוָ֣ה צְ֭בָאוֹת בְּ/עִ֣יר אֱלֹהֵ֑י/נוּ אֱלֹ֘הִ֤ים יְכוֹנְנֶ֖/הָ עַד עוֹלָ֣ם סֶֽלָה׀־־׃
STATEN

Gelijk wij gehoord hadden, alzo hebben wij gezien in de stad des HEEREN der heirscharen, in de stad onzes Gods; God zal haar bevestigen tot in eeuwigheid. Sela.

10
דִּמִּ֣ינוּ אֱלֹהִ֣ים חַסְדֶּ֑/ךָ בְּ֝/קֶ֗רֶב הֵיכָלֶֽ/ךָ׃
STATEN

O God! wij gedenken Uwer weldadigheid, in het midden Uws tempels.

11
כְּ/שִׁמְ/ךָ֤ אֱלֹהִ֗ים כֵּ֣ן תְּ֭הִלָּתְ/ךָ עַל קַצְוֵי אֶ֑רֶץ צֶ֝֗דֶק מָלְאָ֥ה יְמִינֶֽ/ךָ־־׃
STATEN

Gelijk Uw Naam is, o God! alzo is Uw roem tot aan de einden der aarde; Uw rechterhand is vol van gerechtigheid.

12
יִשְׂמַ֤ח הַר צִיּ֗וֹן תָּ֭גֵלְנָה בְּנ֣וֹת יְהוּדָ֑ה לְ֝מַ֗עַן מִשְׁפָּטֶֽי/ךָ׀־׃
STATEN

Laat de berg Sion blijde zijn; laat de dochteren van Juda zich verheugen, om Uwer oordelen wil.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 48

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 48 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →