Het Woord · Psalmen 90 KETUVIM
Psalmen 90 תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TAHOT i SINAITICUS i STATEN i KJV i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i JPS1917 i
תְּפִלָּה֮ לְ/מֹשֶׁ֪ה אִֽישׁ הָ/אֱלֹ֫הִ֥ים אֲֽדֹנָ֗/י מָע֣וֹן אַ֭תָּה הָיִ֥יתָ לָּ֗/נוּ בְּ/דֹ֣ר וָ/דֹֽר־׃
STATEN
Een gebed van Mozes, den man Gods. Heere! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
בְּ/טֶ֤רֶם הָ֘רִ֤ים יֻלָּ֗דוּ וַ/תְּח֣וֹלֵֽל אֶ֣רֶץ וְ/תֵבֵ֑ל וּֽ/מֵ/עוֹלָ֥ם עַד ע֝וֹלָ֗ם אַתָּ֥ה אֵֽל׀־׃
STATEN
Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
תָּשֵׁ֣ב אֱ֭נוֹשׁ עַד דַּכָּ֑א וַ֝/תֹּ֗אמֶר שׁ֣וּבוּ בְנֵי אָדָֽם־־׃
STATEN
Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen!
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּ֤י אֶ֪לֶף שָׁנִ֡ים בְּֽ/עֵינֶ֗י/ךָ כְּ/י֣וֹם אֶ֭תְמוֹל כִּ֣י יַעֲבֹ֑ר וְ/אַשְׁמוּרָ֥ה בַ/לָּֽיְלָה׃
STATEN
Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
זְ֭רַמְתָּ/ם שֵׁנָ֣ה יִהְי֑וּ בַּ֝/בֹּ֗קֶר כֶּ/חָצִ֥יר יַחֲלֹֽף׃
STATEN
Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
בַּ֭/בֹּקֶר יָצִ֣יץ וְ/חָלָ֑ף לָ֝/עֶ֗רֶב יְמוֹלֵ֥ל וְ/יָבֵֽשׁ׃
STATEN
In den morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּֽי כָלִ֥ינוּ בְ/אַפֶּ֑/ךָ וּֽ/בַ/חֲמָתְ/ךָ֥ נִבְהָֽלְנוּ־׃
STATEN
Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
שת עֲוֺנֹתֵ֣י/נוּ לְ/נֶגְדֶּ֑/ךָ עֲ֝לֻמֵ֗/נוּ לִ/מְא֥וֹר פָּנֶֽי/ךָ שַׁתָּ֣ה׃
STATEN
Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּ֣י כָל יָ֭מֵי/נוּ פָּנ֣וּ בְ/עֶבְרָתֶ֑/ךָ כִּלִּ֖ינוּ שָׁנֵ֣י/נוּ כְמוֹ הֶֽגֶה־־׃
STATEN
Want al onze dagen gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door als een gedachte.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
יְמֵֽי שְׁנוֹתֵ֨י/נוּ בָ/הֶ֥ם שִׁבְעִ֪ים שָׁנָ֡ה וְ/אִ֤ם בִּ/גְבוּרֹ֨ת שְׁמ֘וֹנִ֤ים שָׁנָ֗ה וְ֭/רָהְבָּ/ם עָמָ֣ל וָ/אָ֑וֶן כִּי גָ֥ז חִ֝֗ישׁ וַ/נָּעֻֽפָ/ה־׀־׃
STATEN
Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
מִֽי י֭וֹדֵעַ עֹ֣ז אַפֶּ֑/ךָ וּ֝/כְ/יִרְאָתְ/ךָ֗ עֶבְרָתֶֽ/ךָ־׃
STATEN
Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
לִ/מְנ֣וֹת יָ֭מֵי/נוּ כֵּ֣ן הוֹדַ֑ע וְ֝/נָבִ֗א לְבַ֣ב חָכְמָֽה׃
STATEN
Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 89 ← → navigeer Hoofdstuk 91 →