Het Woord · Psalmen 44 KETUVIM
Psalmen 44 תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TAHOT i SINAITICUS i STATEN i KJV i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i JPS1917 i
לַ/מְנַצֵּ֬חַ לִ/בְנֵי קֹ֬רַח מַשְׂכִּֽיל־׃
STATEN
Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אֱלֹהִ֤ים בְּ/אָזְנֵ֬י/נוּ שָׁמַ֗עְנוּ אֲבוֹתֵ֥י/נוּ סִפְּרוּ לָ֑/נוּ פֹּ֥עַל פָּעַ֥לְתָּ בִֽ֝/ימֵי/הֶ֗ם בִּ֣/ימֵי קֶֽדֶם׀־׃
STATEN
O God! wij hebben het met onze oren gehoord, onze vaders hebben het ons verteld: Gij hebt een werk gewrocht in hun dagen, in de dagen van ouds.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אַתָּ֤ה יָדְ/ךָ֡ גּוֹיִ֣ם ה֭וֹרַשְׁתָּ וַ/תִּטָּעֵ֑/ם תָּרַ֥ע לְ֝אֻמִּ֗ים וַֽ/תְּשַׁלְּחֵֽ/ם׀׃
STATEN
Gij hebt de heidenen met Uw hand uit de bezitting verdreven, maar henlieden geplant; Gij hebt de volken geplaagd, henlieden daarentegen doen voortschieten.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּ֤י לֹ֪א בְ/חַרְבָּ֡/ם יָ֥רְשׁוּ אָ֗רֶץ וּ/זְרוֹעָ/ם֮ לֹא הוֹשִׁ֪יעָ֫ה לָּ֥/מוֹ כִּֽי יְמִֽינְ/ךָ֣ וּ֭/זְרוֹעֲ/ךָ וְ/א֥וֹר פָּנֶ֗י/ךָ כִּ֣י רְצִיתָֽ/ם־־׃
STATEN
Want zij hebben het land niet geërfd door hun zwaard, en hun arm heeft hun geen heil gegeven; maar Uw rechterhand, en Uw arm, en het licht Uws aangezichts, omdat Gij een welbehagen in hen hadt.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אַתָּה ה֣וּא מַלְכִּ֣/י אֱלֹהִ֑ים צַ֝וֵּ֗ה יְשׁוּע֥וֹת יַעֲקֹֽב־׃
STATEN
Gij Zelf zijt mijn Koning, o God! gebied de verlossingen Jakobs.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
בְּ֭/ךָ צָרֵ֣י/נוּ נְנַגֵּ֑חַ בְּ֝/שִׁמְ/ךָ֗ נָב֥וּס קָמֵֽי/נוּ׃
STATEN
Door U zullen wij onze wederpartijders met hoornen stoten; in Uw Naam zullen wij vertreden, die tegen ons opstaan.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּ֤י לֹ֣א בְ/קַשְׁתִּ֣/י אֶבְטָ֑ח וְ֝/חַרְבִּ֗/י לֹ֣א תוֹשִׁיעֵֽ/נִי׃
STATEN
Want ik vertrouw niet op mijn boog, en mijn zwaard zal mij niet verlossen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּ֣י ה֭וֹשַׁעְתָּ/נוּ מִ/צָּרֵ֑י/נוּ וּ/מְשַׂנְאֵ֥י/נוּ הֱבִישֽׁוֹתָ׃
STATEN
Maar Gij verlost ons van onze wederpartijders, en Gij maakt onze haters beschaamd.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
בֵּֽ֭/אלֹהִים הִלַּלְ֣נוּ כָל הַ/יּ֑וֹם וְ/שִׁמְ/ךָ֓ לְ/עוֹלָ֖ם נוֹדֶ֣ה סֶֽלָה־׀׃
STATEN
In God roemen wij den gansen dag, en Uw Naam zullen wij loven in eeuwigheid. Sela.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אַף זָ֭נַחְתָּ וַ/תַּכְלִימֵ֑/נוּ וְ/לֹא תֵ֝צֵ֗א בְּ/צִבְאוֹתֵֽי/נוּ־־׃
STATEN
Maar nu hebt Gij ons verstoten en te schande gemaakt, dewijl Gij met onze krijgsheiren niet uittrekt.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
תְּשִׁיבֵ֣/נוּ אָ֭חוֹר מִנִּי צָ֑ר וּ֝/מְשַׂנְאֵ֗י/נוּ שָׁ֣סוּ לָֽ/מוֹ־׃
STATEN
Gij doet ons achterwaarts keren van den wederpartijder; en onze haters beroven ons voor zich.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
תִּ֭תְּנֵ/נוּ כְּ/צֹ֣אן מַאֲכָ֑ל וּ֝/בַ/גּוֹיִ֗ם זֵרִיתָֽ/נוּ׃
STATEN
Gij geeft ons over als schapen ter spijze, en Gij verstrooit ons onder de heidenen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 43 ← → navigeer Hoofdstuk 45 →