Het Woord · Psalmen 78 KETUVIM
Psalmen 78 תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TAHOT i SINAITICUS i STATEN i KJV i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i JPS1917 i
מַשְׂכִּ֗יל לְ/אָ֫סָ֥ף הַאֲזִ֣ינָ/ה עַ֭מִּ/י תּוֹרָתִ֑/י הַטּ֥וּ אָ֝זְנְ/כֶ֗ם לְ/אִמְרֵי פִֽ/י־׃
STATEN
Een onderwijzing van Asaf. O mijn volk! neem mijn leer ter oren; neigt ulieder oor tot de redenen mijns monds.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אֶפְתְּחָ֣ה בְ/מָשָׁ֣ל פִּ֑/י אַבִּ֥יעָה חִ֝יד֗וֹת מִנִּי קֶֽדֶם־׃
STATEN
Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אֲשֶׁ֣ר שָׁ֭מַעְנוּ וַ/נֵּדָעֵ֑/ם וַ֝/אֲבוֹתֵ֗י/נוּ סִפְּרוּ לָֽ/נוּ־׃
STATEN
Die wij gehoord hebben en weten ze, en onze vaders ons verteld hebben.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
לֹ֤א נְכַחֵ֨ד מִ/בְּנֵי/הֶ֗ם לְ/ד֥וֹר אַחֲר֗וֹן מְֽ֭סַפְּרִים תְּהִלּ֣וֹת יְהוָ֑ה וֶ/עֱזוּז֥/וֹ וְ֝/נִפְלְאוֹתָ֗י/ו אֲשֶׁ֣ר עָשָֽׂה׀׃
STATEN
Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid, en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יָּ֤קֶם עֵד֨וּת בְּֽ/יַעֲקֹ֗ב וְ/תוֹרָה֮ שָׂ֤ם בְּ/יִשְׂרָ֫אֵ֥ל אֲשֶׁ֣ר צִ֭וָּה אֶת אֲבוֹתֵ֑י/נוּ לְ֝/הוֹדִיעָ֗/ם לִ/בְנֵי/הֶֽם׀־׃
STATEN
Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob, en een wet gesteld in Israël; die Hij onzen vaderen geboden heeft, dat zij ze hun kinderen zouden bekend maken;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
לְמַ֤עַן יֵדְע֨וּ דּ֣וֹר אַ֭חֲרוֹן בָּנִ֣ים יִוָּלֵ֑דוּ יָ֝קֻ֗מוּ וִֽ/יסַפְּר֥וּ לִ/בְנֵי/הֶֽם׀׃
STATEN
Opdat het navolgende geslacht die weten zou, de kinderen, die geboren zouden worden; en zouden opstaan, en vertellen ze hun kinderen;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/יָשִׂ֥ימוּ בֵֽ/אלֹהִ֗ים כִּ֫סְלָ֥/ם וְ/לֹ֣א יִ֭שְׁכְּחוּ מַֽעַלְלֵי אֵ֑ל וּ/מִצְוֺתָ֥י/ו יִנְצֹֽרוּ־׃
STATEN
En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/לֹ֤א יִהְי֨וּ כַּ/אֲבוֹתָ֗/ם דּוֹר֮ סוֹרֵ֪ר וּ/מֹ֫רֶ֥ה דּ֭וֹר לֹא הֵכִ֣ין לִבּ֑/וֹ וְ/לֹא נֶאֶמְנָ֖ה אֶת אֵ֣ל רוּחֽ/וֹ׀־־־׃
STATEN
En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
בְּֽנֵי אֶפְרַ֗יִם נוֹשְׁקֵ֥י רוֹמֵי קָ֑שֶׁת הָ֝פְכ֗וּ בְּ/י֣וֹם קְרָֽב־־׃
STATEN
(De kinderen van Efraïm, gewapende boogschutters, keerden om ten dage des strijds.)
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
לֹ֣א שָׁ֭מְרוּ בְּרִ֣ית אֱלֹהִ֑ים וּ֝/בְ/תוֹרָת֗/וֹ מֵאֲנ֥וּ לָ/לֶֽכֶת׃
STATEN
Zij hielden Gods verbond niet, en weigerden te wandelen in Zijn wet.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יִּשְׁכְּח֥וּ עֲלִילוֹתָ֑י/ו וְ֝/נִפְלְאוֹתָ֗י/ו אֲשֶׁ֣ר הֶרְאָֽ/ם׃
STATEN
En zij vergaten Zijn daden, en Zijn wonderen, die Hij hun had doen zien.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
נֶ֣גֶד אֲ֭בוֹתָ/ם עָ֣שָׂה פֶ֑לֶא בְּ/אֶ֖רֶץ מִצְרַ֣יִם שְׂדֵה צֹֽעַן־׃
STATEN
Voor hun vaderen had Hij wonder gedaan, in Egypteland, in het veld van Zoan.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 77 ← → navigeer Hoofdstuk 79 →