Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 78

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
מַשְׂכִּ֗יל לְ/אָ֫סָ֥ף הַאֲזִ֣ינָ/ה עַ֭מִּ/י תּוֹרָתִ֑/י הַטּ֥וּ אָ֝זְנְ/כֶ֗ם לְ/אִמְרֵי פִֽ/י־׃
STATEN

Een onderwijzing van Asaf. O mijn volk! neem mijn leer ter oren; neigt ulieder oor tot de redenen mijns monds.

2
אֶפְתְּחָ֣ה בְ/מָשָׁ֣ל פִּ֑/י אַבִּ֥יעָה חִ֝יד֗וֹת מִנִּי קֶֽדֶם־׃
STATEN

Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her;

3
אֲשֶׁ֣ר שָׁ֭מַעְנוּ וַ/נֵּדָעֵ֑/ם וַ֝/אֲבוֹתֵ֗י/נוּ סִפְּרוּ לָֽ/נוּ־׃
STATEN

Die wij gehoord hebben en weten ze, en onze vaders ons verteld hebben.

4
לֹ֤א נְכַחֵ֨ד מִ/בְּנֵי/הֶ֗ם לְ/ד֥וֹר אַחֲר֗וֹן מְֽ֭סַפְּרִים תְּהִלּ֣וֹת יְהוָ֑ה וֶ/עֱזוּז֥/וֹ וְ֝/נִפְלְאוֹתָ֗י/ו אֲשֶׁ֣ר עָשָֽׂה׀׃
STATEN

Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid, en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.

5
וַ/יָּ֤קֶם עֵד֨וּת בְּֽ/יַעֲקֹ֗ב וְ/תוֹרָה֮ שָׂ֤ם בְּ/יִשְׂרָ֫אֵ֥ל אֲשֶׁ֣ר צִ֭וָּה אֶת אֲבוֹתֵ֑י/נוּ לְ֝/הוֹדִיעָ֗/ם לִ/בְנֵי/הֶֽם׀־׃
STATEN

Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob, en een wet gesteld in Israël; die Hij onzen vaderen geboden heeft, dat zij ze hun kinderen zouden bekend maken;

6
לְמַ֤עַן יֵדְע֨וּ דּ֣וֹר אַ֭חֲרוֹן בָּנִ֣ים יִוָּלֵ֑דוּ יָ֝קֻ֗מוּ וִֽ/יסַפְּר֥וּ לִ/בְנֵי/הֶֽם׀׃
STATEN

Opdat het navolgende geslacht die weten zou, de kinderen, die geboren zouden worden; en zouden opstaan, en vertellen ze hun kinderen;

7
וְ/יָשִׂ֥ימוּ בֵֽ/אלֹהִ֗ים כִּ֫סְלָ֥/ם וְ/לֹ֣א יִ֭שְׁכְּחוּ מַֽעַלְלֵי אֵ֑ל וּ/מִצְוֺתָ֥י/ו יִנְצֹֽרוּ־׃
STATEN

En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren;

8
וְ/לֹ֤א יִהְי֨וּ כַּ/אֲבוֹתָ֗/ם דּוֹר֮ סוֹרֵ֪ר וּ/מֹ֫רֶ֥ה דּ֭וֹר לֹא הֵכִ֣ין לִבּ֑/וֹ וְ/לֹא נֶאֶמְנָ֖ה אֶת אֵ֣ל רוּחֽ/וֹ׀־־־׃
STATEN

En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.

9
בְּֽנֵי אֶפְרַ֗יִם נוֹשְׁקֵ֥י רוֹמֵי קָ֑שֶׁת הָ֝פְכ֗וּ בְּ/י֣וֹם קְרָֽב־־׃
STATEN

(De kinderen van Efraïm, gewapende boogschutters, keerden om ten dage des strijds.)

10
לֹ֣א שָׁ֭מְרוּ בְּרִ֣ית אֱלֹהִ֑ים וּ֝/בְ/תוֹרָת֗/וֹ מֵאֲנ֥וּ לָ/לֶֽכֶת׃
STATEN

Zij hielden Gods verbond niet, en weigerden te wandelen in Zijn wet.

11
וַ/יִּשְׁכְּח֥וּ עֲלִילוֹתָ֑י/ו וְ֝/נִפְלְאוֹתָ֗י/ו אֲשֶׁ֣ר הֶרְאָֽ/ם׃
STATEN

En zij vergaten Zijn daden, en Zijn wonderen, die Hij hun had doen zien.

12
נֶ֣גֶד אֲ֭בוֹתָ/ם עָ֣שָׂה פֶ֑לֶא בְּ/אֶ֖רֶץ מִצְרַ֣יִם שְׂדֵה צֹֽעַן־׃
STATEN

Voor hun vaderen had Hij wonder gedaan, in Egypteland, in het veld van Zoan.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 78

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 78 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →