Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 2

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לָ֭/מָּה רָגְשׁ֣וּ גוֹיִ֑ם וּ֝/לְאֻמִּ֗ים יֶהְגּוּ רִֽיק־׃
STATEN

Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid?

2
יִ֥תְיַצְּב֨וּ מַלְכֵי אֶ֗רֶץ וְ/רוֹזְנִ֥ים נֽוֹסְדוּ יָ֑חַד עַל יְ֝הוָה וְ/עַל מְשִׁיחֽ/וֹ׀־־־־׃
STATEN

De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende:

3
נְֽ֭נַתְּקָה אֶת מֽוֹסְרוֹתֵ֑י/מוֹ וְ/נַשְׁלִ֖יכָה מִמֶּ֣/נּוּ עֲבֹתֵֽי/מוֹ־׃
STATEN

Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.

4
יוֹשֵׁ֣ב בַּ/שָּׁמַ֣יִם יִשְׂחָ֑ק אֲ֝דֹנָ֗/י יִלְעַג לָֽ/מוֹ־׃
STATEN

Die in den hemel woont, zal lachen; de Heere zal hen bespotten.

5
אָ֤ז יְדַבֵּ֣ר אֵלֵ֣י/מוֹ בְ/אַפּ֑/וֹ וּֽ/בַ/חֲרוֹנ֥/וֹ יְבַהֲלֵֽ/מוֹ׃
STATEN

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid zal Hij hen verschrikken.

6
וַ֭/אֲנִי נָסַ֣כְתִּי מַלְכִּ֑/י עַל צִ֝יּ֗וֹן הַר קָדְשִֽׁ/י־־׃
STATEN

Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.

7
אֲסַפְּרָ֗ה אֶֽ֫ל חֹ֥ק יְֽהוָ֗ה אָמַ֘ר אֵלַ֥/י בְּנִ֥/י אַ֑תָּה אֲ֝נִ֗י הַ/יּ֥וֹם יְלִדְתִּֽי/ךָ׃
STATEN

Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.

8
שְׁאַ֤ל מִמֶּ֗/נִּי וְ/אֶתְּנָ֣ה ג֭וֹיִם נַחֲלָתֶ֑/ךָ וַ֝/אֲחֻזָּתְ/ךָ֗ אַפְסֵי אָֽרֶץ־׃
STATEN

Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting.

9
תְּ֭רֹעֵ/ם בְּ/שֵׁ֣בֶט בַּרְזֶ֑ל כִּ/כְלִ֖י יוֹצֵ֣ר תְּנַפְּצֵֽ/ם׃
STATEN

Gij zult hen verpletteren met een ijzeren scepter; Gij zult hen in stukken slaan als een pottenbakkersvat.

10
וְ֭/עַתָּה מְלָכִ֣ים הַשְׂכִּ֑ילוּ הִ֝וָּסְר֗וּ שֹׁ֣פְטֵי אָֽרֶץ׃
STATEN

Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk; laat u tuchtigen, gij rechters der aarde!

11
עִבְד֣וּ אֶת יְהוָ֣ה בְּ/יִרְאָ֑ה וְ֝/גִ֗ילוּ בִּ/רְעָדָֽה־׃
STATEN

Dient den HEERE met vreze, en verheugt u met beving.

12
נַשְּׁקוּ בַ֡ר פֶּן יֶאֱנַ֤ף וְ/תֹ֬אבְדוּ דֶ֗רֶךְ כִּֽי יִבְעַ֣ר כִּ/מְעַ֣ט אַפּ֑/וֹ אַ֝שְׁרֵ֗י כָּל ח֥וֹסֵי בֽ/וֹ־־׀־־׃
STATEN

Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 2

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 2 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →