Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 74

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
מַשְׂכִּ֗יל לְ/אָ֫סָ֥ף לָ/מָ֣ה אֱ֭לֹהִים זָנַ֣חְתָּ לָ/נֶ֑צַח יֶעְשַׁ֥ן אַ֝פְּ/ךָ֗ בְּ/צֹ֣אן מַרְעִיתֶֽ/ךָ׃
STATEN

Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?

2
זְכֹ֤ר עֲדָתְ/ךָ֨ קָ֘נִ֤יתָ קֶּ֗דֶם גָּ֭אַלְתָּ שֵׁ֣בֶט נַחֲלָתֶ֑/ךָ הַר צִ֝יּ֗וֹן זֶ֤ה שָׁכַ֬נְתָּ בּֽ/וֹ׀־׀׃
STATEN

Gedenk aan Uw vergadering, die Gij van ouds verworven hebt; de roede Uwer erfenis, die Gij verlost hebt; den berg Sion, waarop Gij gewoond hebt.

3
הָרִ֣ימָ/ה פְ֭עָמֶי/ךָ לְ/מַשֻּׁא֣וֹת נֶ֑צַח כָּל הֵרַ֖ע אוֹיֵ֣ב בַּ/קֹּֽדֶשׁ־׃
STATEN

Hef Uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven.

4
שָׁאֲג֣וּ צֹ֭רְרֶי/ךָ בְּ/קֶ֣רֶב מוֹעֲדֶ֑/ךָ שָׂ֖מוּ אוֹתֹתָ֣/ם אֹתֽוֹת׃
STATEN

Uw wederpartijders hebben in het midden van Uw vergaderplaatsen gebruld; zij hebben hun tekenen tot tekenen gesteld.

5
יִ֭וָּדַע כְּ/מֵבִ֣יא לְ/מָ֑עְלָ/ה בִּֽ/סֲבָךְ עֵ֝֗ץ קַרְדֻּמּֽוֹת־׃
STATEN

Een ieder werd er bekend als een, die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtigheid van een geboomte.

6
ו/עת פִּתּוּחֶ֣י/הָ יָּ֑חַד בְּ/כַשִּׁ֥יל וְ֝/כֵֽילַפֹּ֗ת יַהֲלֹמֽוּ/ן וְ֭/עַתָּה׃
STATEN

Alzo hebben zij nu derzelver graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen.

7
שִׁלְח֣וּ בָ֭/אֵשׁ מִקְדָּשֶׁ֑/ךָ לָ֝/אָ֗רֶץ חִלְּל֥וּ מִֽשְׁכַּן שְׁמֶֽ/ךָ־׃
STATEN

Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd.

8
אָמְר֣וּ בְ֭/לִבָּ/ם נִינָ֣/ם יָ֑חַד שָׂרְפ֖וּ כָל מוֹעֲדֵי אֵ֣ל בָּ/אָֽרֶץ־־׃
STATEN

Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand.

9
אֽוֹתֹתֵ֗י/נוּ לֹ֥א רָ֫אִ֥ינוּ אֵֽין ע֥וֹד נָבִ֑יא וְ/לֹֽא אִ֝תָּ֗/נוּ יֹדֵ֥עַ עַד מָֽה־־־׃
STATEN

Wij zien onze tekenen niet; er is geen profeet meer, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang.

10
עַד מָתַ֣י אֱ֭לֹהִים יְחָ֣רֶף צָ֑ר יְנָ֘אֵ֤ץ אוֹיֵ֖ב שִׁמְ/ךָ֣ לָ/נֶֽצַח־׃
STATEN

Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren?

11
לָ֤/מָּה תָשִׁ֣יב יָ֭דְ/ךָ וִֽ/ימִינֶ֑/ךָ מִ/קֶּ֖רֶב חוק/ך כַלֵּֽה חֵֽיקְ/ךָ֣׃
STATEN

Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde.

12
וֵ֭/אלֹהִים מַלְכִּ֣/י מִ/קֶּ֑דֶם פֹּעֵ֥ל יְ֝שׁוּע֗וֹת בְּ/קֶ֣רֶב הָ/אָֽרֶץ׃
STATEN

Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 74

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 74 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →