KETUVIM
Psalmen 74
תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Getuigen
מַשְׂכִּ֗יל לְ/אָ֫סָ֥ף לָ/מָ֣ה אֱ֭לֹהִים זָנַ֣חְתָּ לָ/נֶ֑צַח יֶעְשַׁ֥ן אַ֝פְּ/ךָ֗ בְּ/צֹ֣אן מַרְעִיתֶֽ/ךָ׃
STATEN
Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?
זְכֹ֤ר עֲדָתְ/ךָ֨ קָ֘נִ֤יתָ קֶּ֗דֶם גָּ֭אַלְתָּ שֵׁ֣בֶט נַחֲלָתֶ֑/ךָ הַר צִ֝יּ֗וֹן זֶ֤ה שָׁכַ֬נְתָּ בּֽ/וֹ׀־׀׃
STATEN
Gedenk aan Uw vergadering, die Gij van ouds verworven hebt; de roede Uwer erfenis, die Gij verlost hebt; den berg Sion, waarop Gij gewoond hebt.
הָרִ֣ימָ/ה פְ֭עָמֶי/ךָ לְ/מַשֻּׁא֣וֹת נֶ֑צַח כָּל הֵרַ֖ע אוֹיֵ֣ב בַּ/קֹּֽדֶשׁ־׃
STATEN
Hef Uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven.
שָׁאֲג֣וּ צֹ֭רְרֶי/ךָ בְּ/קֶ֣רֶב מוֹעֲדֶ֑/ךָ שָׂ֖מוּ אוֹתֹתָ֣/ם אֹתֽוֹת׃
STATEN
Uw wederpartijders hebben in het midden van Uw vergaderplaatsen gebruld; zij hebben hun tekenen tot tekenen gesteld.
יִ֭וָּדַע כְּ/מֵבִ֣יא לְ/מָ֑עְלָ/ה בִּֽ/סֲבָךְ עֵ֝֗ץ קַרְדֻּמּֽוֹת־׃
STATEN
Een ieder werd er bekend als een, die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtigheid van een geboomte.
ו/עת פִּתּוּחֶ֣י/הָ יָּ֑חַד בְּ/כַשִּׁ֥יל וְ֝/כֵֽילַפֹּ֗ת יַהֲלֹמֽוּ/ן וְ֭/עַתָּה׃
STATEN
Alzo hebben zij nu derzelver graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen.
שִׁלְח֣וּ בָ֭/אֵשׁ מִקְדָּשֶׁ֑/ךָ לָ֝/אָ֗רֶץ חִלְּל֥וּ מִֽשְׁכַּן שְׁמֶֽ/ךָ־׃
STATEN
Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd.
אָמְר֣וּ בְ֭/לִבָּ/ם נִינָ֣/ם יָ֑חַד שָׂרְפ֖וּ כָל מוֹעֲדֵי אֵ֣ל בָּ/אָֽרֶץ־־׃
STATEN
Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand.
אֽוֹתֹתֵ֗י/נוּ לֹ֥א רָ֫אִ֥ינוּ אֵֽין ע֥וֹד נָבִ֑יא וְ/לֹֽא אִ֝תָּ֗/נוּ יֹדֵ֥עַ עַד מָֽה־־־׃
STATEN
Wij zien onze tekenen niet; er is geen profeet meer, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang.
עַד מָתַ֣י אֱ֭לֹהִים יְחָ֣רֶף צָ֑ר יְנָ֘אֵ֤ץ אוֹיֵ֖ב שִׁמְ/ךָ֣ לָ/נֶֽצַח־׃
STATEN
Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren?
לָ֤/מָּה תָשִׁ֣יב יָ֭דְ/ךָ וִֽ/ימִינֶ֑/ךָ מִ/קֶּ֖רֶב חוק/ך כַלֵּֽה חֵֽיקְ/ךָ֣׃
STATEN
Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde.
וֵ֭/אלֹהִים מַלְכִּ֣/י מִ/קֶּ֑דֶם פֹּעֵ֥ל יְ֝שׁוּע֗וֹת בְּ/קֶ֣רֶב הָ/אָֽרֶץ׃
STATEN
Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde.