Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 71

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
בְּ/ךָֽ יְהוָ֥ה חָסִ֑יתִי אַל אֵב֥וֹשָׁה לְ/עוֹלָֽם־־׃
STATEN

Op U, o HEERE! betrouw ik; laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid.

2
בְּ/צִדְקָתְ/ךָ֗ תַּצִּילֵ֥/נִי וּֽ/תְפַלְּטֵ֑/נִי הַטֵּֽה אֵלַ֥/י אָ֝זְנְ/ךָ֗ וְ/הוֹשִׁיעֵֽ/נִי־׃
STATEN

Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij.

3
הֱיֵ֤ה לִ֨/י לְ/צ֥וּר מָע֡וֹן לָ/ב֗וֹא תָּמִ֗יד צִוִּ֥יתָ לְ/הוֹשִׁיעֵ֑/נִי כִּֽי סַלְעִ֖/י וּ/מְצוּדָתִ֣/י אָֽתָּה׀־׃
STATEN

Wees mij tot een Rotssteen, om daarin te wonen, om geduriglijk daarin te gaan; Gij hebt bevel gegeven, om mij te verlossen, want Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burg.

4
אֱֽלֹהַ֗/י פַּ֭לְּטֵ/נִי מִ/יַּ֣ד רָשָׁ֑ע מִ/כַּ֖ף מְעַוֵּ֣ל וְ/חוֹמֵץ׃
STATEN

Mijn God, bevrijd mij van de hand des goddelozen, van de hand desgenen, die verkeerdelijk handelt, en des opgeblazenen.

5
כִּֽי אַתָּ֥ה תִקְוָתִ֑/י אֲדֹנָ֥/י יְ֝הוִ֗ה מִבְטַחִ֥/י מִ/נְּעוּרָֽ/י־׃
STATEN

Want Gij zijt mijn Verwachting, Heere, HEERE! mijn Vertrouwen van mijn jeugd aan.

6
עָלֶ֤י/ךָ נִסְמַ֬כְתִּי מִ/בֶּ֗טֶן מִ/מְּעֵ֣י אִ֭מִּ/י אַתָּ֣ה גוֹזִ֑/י בְּ/ךָ֖ תְהִלָּתִ֣/י תָמִֽיד׀׃
STATEN

Op U heb ik gesteund van den buik aan; van mijner moeders ingewand aan zijt Gij mijn Uithelper; mijn lof is geduriglijk van U.

7
כְּ֭/מוֹפֵת הָיִ֣יתִי לְ/רַבִּ֑ים וְ֝/אַתָּ֗ה מַֽחֲסִ/י עֹֽז־׃
STATEN

Ik ben velen als een wonder geweest; doch Gij zijt mijn sterke Toevlucht.

8
יִמָּ֣לֵא פִ֭/י תְּהִלָּתֶ֑/ךָ כָּל הַ֝/יּ֗וֹם תִּפְאַרְתֶּֽ/ךָ־׃
STATEN

Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof, den gansen dag met Uw heerlijkheid.

9
אַֽל תַּ֭שְׁלִיכֵ/נִי לְ/עֵ֣ת זִקְנָ֑ה כִּ/כְל֥וֹת כֹּ֝חִ֗/י אַֽל תַּעַזְבֵֽ/נִי־־׃
STATEN

Verwerp mij niet in den tijd des ouderdoms; verlaat mij niet, terwijl mijn kracht vergaat.

10
כִּֽי אָמְר֣וּ אוֹיְבַ֣/י לִ֑/י וְ/שֹׁמְרֵ֥י נַ֝פְשִׁ֗/י נוֹעֲצ֥וּ יַחְדָּֽו־׃
STATEN

Want mijn vijanden spreken van mij, en die op mijn ziel loeren, beraadslagen te zamen,

11
לֵ֭/אמֹר אֱלֹהִ֣ים עֲזָב֑/וֹ רִֽדְפ֥וּ וְ֝/תִפְשׂ֗וּ/הוּ כִּי אֵ֥ין מַצִּֽיל־׃
STATEN

Zeggende: God heeft hem verlaten; jaagt na, en grijpt hem, want er is geen verlosser.

12
אֱ֭לֹהִים אַל תִּרְחַ֣ק מִמֶּ֑/נִּי אֱ֝לֹהַ֗/י לְ/עֶזְרָ֥תִ/י חיש/ה־׃ חֽוּשָׁ/ה
STATEN

O God, wees niet verre van mij; mijn God! haast U tot mijn hulp.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 71

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 71 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →