KETUVIM

Psalmen 111

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (150)
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Getuigen
Interlineair
1
הַ֥לְלוּ יָ֨הּ אוֹדֶ֣ה יְ֭הוָה בְּ/כָל לֵבָ֑ב בְּ/ס֖וֹד יְשָׁרִ֣ים וְ/עֵדָֽה
STATEN

Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

2
גְּ֭דֹלִים מַעֲשֵׂ֣י יְהוָ֑ה דְּ֝רוּשִׁ֗ים לְ/כָל חֶפְצֵי/הֶֽם
STATEN

Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben.

3
הוֹד וְ/הָדָ֥ר פָּֽעֳל֑/וֹ וְ֝/צִדְקָת֗/וֹ עֹמֶ֥דֶת לָ/עַֽד
STATEN

He. Zijn doen is majesteit en heerlijkheid; Vau. en Zijn gerechtigheid bestaat in der eeuwigheid.

4
זֵ֣כֶר עָ֭שָׂה לְ/נִפְלְאֹתָ֑י/ו חַנּ֖וּן וְ/רַח֣וּם יְהוָֽה
STATEN

Zain. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; Cheth. de HEERE is genadig en barmhartig.

5
טֶ֭רֶף נָתַ֣ן לִֽ/ירֵאָ֑י/ו יִזְכֹּ֖ר לְ/עוֹלָ֣ם בְּרִיתֽ/וֹ
STATEN

Teth. Hij heeft dengenen, die Hem vrezen, spijs gegeven; Jod. Hij gedenkt in der eeuwigheid aan Zijn verbond.

6
כֹּ֣חַ מַ֭עֲשָׂי/ו הִגִּ֣יד לְ/עַמּ֑/וֹ לָ/תֵ֥ת לָ֝/הֶ֗ם נַחֲלַ֥ת גּוֹיִֽם
STATEN

Caph. Hij heeft de kracht Zijner werken Zijn volke bekend gemaakt; Lamed. hun gevende de erve der heidenen.

7
מַעֲשֵׂ֣י יָ֭דָי/ו אֱמֶ֣ת וּ/מִשְׁפָּ֑ט נֶ֝אֱמָנִ֗ים כָּל פִּקּוּדָֽי/ו
STATEN

Mem. De werken Zijner handen zijn waarheid en oordeel; Nun. al Zijn bevelen zijn getrouw.

8
סְמוּכִ֣ים לָ/עַ֣ד לְ/עוֹלָ֑ם עֲ֝שׂוּיִ֗ם בֶּ/אֱמֶ֥ת וְ/יָשָֽׁר
STATEN

Samech. Zij zijn ondersteund voor altoos en in eeuwigheid; Ain. zijnde gedaan in waarheid en oprechtigheid.

9
פְּד֤וּת שָׁ֘לַ֤ח לְ/עַמּ֗/וֹ צִוָּֽה לְ/עוֹלָ֥ם בְּרִית֑/וֹ קָד֖וֹשׁ וְ/נוֹרָ֣א שְׁמֽ/וֹ
STATEN

Pe. Hij heeft Zijn volke verlossing gezonden; Tsade. Hij heeft Zijn verbond in eeuwigheid geboden; Koph. Zijn Naam is heilig en vreselijk.

10
רֵ֘אשִׁ֤ית חָכְמָ֨ה יִרְאַ֬ת יְהוָ֗ה שֵׂ֣כֶל ט֭וֹב לְ/כָל עֹשֵׂי/הֶ֑ם תְּ֝הִלָּת֗/וֹ עֹמֶ֥דֶת לָ/עַֽד
STATEN

Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.