Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 17

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
תְּפִלָּ֗ה לְ/דָ֫וִ֥ד שִׁמְעָ֤/ה יְהוָ֨ה צֶ֗דֶק הַקְשִׁ֥יבָ/ה רִנָּתִ֗/י הַאֲזִ֥ינָ/ה תְפִלָּתִ֑/י בְּ֝/לֹ֗א שִׂפְתֵ֥י מִרְמָֽה׀׃
STATEN

Een gebed van David. HEERE! hoor de gerechtigheid, merk op mijn geschrei, neem ter ore mijn gebed, met onbedriegelijke lippen gesproken.

2
מִ֭/לְּ/פָנֶי/ךָ מִשְׁפָּטִ֣/י יֵצֵ֑א עֵ֝ינֶ֗י/ךָ תֶּחֱזֶ֥ינָה מֵישָׁרִֽים׃
STATEN

Laat mijn recht van voor Uw aangezicht uitgaan, laat Uw ogen de billijkheden aanschouwen.

3
בָּ֘חַ֤נְתָּ לִבִּ֨/י פָּ֘קַ֤דְתָּ לַּ֗יְלָה צְרַפְתַּ֥/נִי בַל תִּמְצָ֑א זַ֝מֹּתִ֗י בַּל יַעֲבָר פִּֽ/י׀־־־׃
STATEN

Gij hebt mijn hart geproefd, des nachts bezocht, Gij hebt mij getoetst. Gij vindt niets; hetgeen ik gedacht heb, overtreedt mijn mond niet.

4
לִ/פְעֻלּ֣וֹת אָ֭דָם בִּ/דְבַ֣ר שְׂפָתֶ֑י/ךָ אֲנִ֥י שָׁ֝מַ֗רְתִּי אָרְח֥וֹת פָּרִֽיץ׃
STATEN

Aangaande de handelingen des mensen, ik heb mij, naar het woord Uwer lippen, gewacht voor de paden des inbrekers;

5
תָּמֹ֣ךְ אֲ֭שֻׁרַ/י בְּ/מַעְגְּלוֹתֶ֑י/ךָ בַּל נָמ֥וֹטּוּ פְעָמָֽ/י־׃
STATEN

Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

6
אֲנִֽי קְרָאתִ֣י/ךָ כִֽי תַעֲנֵ֣/נִי אֵ֑ל הַֽט אָזְנְ/ךָ֥ לִ֝֗/י שְׁמַ֣ע אִמְרָתִֽ/י־־־׃
STATEN

Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

7
הַפְלֵ֣ה חֲ֭סָדֶי/ךָ מוֹשִׁ֣יעַ חוֹסִ֑ים מִ֝/מִּתְקוֹמְמִ֗ים בִּֽ/ימִינֶֽ/ךָ׃
STATEN

Maak Uw weldadigheden wonderbaar, Gij, Die verlost degenen, die op U betrouwen, van degenen, die tegen Uw rechterhand opstaan!

8
שָׁ֭מְרֵ/נִי כְּ/אִישׁ֣וֹן בַּת עָ֑יִן בְּ/צֵ֥ל כְּ֝נָפֶ֗י/ךָ תַּסְתִּירֵֽ/נִי־׃
STATEN

Bewaar mij als het zwart des oogappels, verberg mij onder de schaduw Uwer vleugelen,

9
מִ/פְּנֵ֣י רְ֭שָׁעִים ז֣וּ שַׁדּ֑וּ/נִי אֹיְבַ֥/י בְּ֝/נֶ֗פֶשׁ יַקִּ֥יפוּ עָלָֽ/י׃
STATEN

Voor het aangezicht der goddelozen, die mij verwoesten, mijner doodsvijanden, die mij omringen.

10
חֶלְבָּ֥/מוֹ סָּגְר֑וּ פִּ֝֗י/מוֹ דִּבְּר֥וּ בְ/גֵאֽוּת׃
STATEN

Met hun vet besluiten zij zich, met hun mond spreken zij hovaardelijk.

11
אַ֭שֻּׁרֵי/נוּ עַתָּ֣ה סבבו/ני עֵינֵי/הֶ֥ם יָ֝שִׁ֗יתוּ לִ/נְט֥וֹת בָּ/אָֽרֶץ סְבָב֑וּ/נוּ׃
STATEN

In onzen gang hebben zij ons nu omsingeld, zij zetten hun ogen op ons ter aarde nederbukkende.

12
דִּמְיֹנ֗/וֹ כְּ֭/אַרְיֵה יִכְס֣וֹף לִ/טְר֑וֹף וְ֝/כִ/כְפִ֗יר יֹשֵׁ֥ב בְּ/מִסְתָּרִֽים׃
STATEN

Hij is gelijk als een leeuw, die begeert te roven, en als een jonge leeuw, zittende in verborgen plaatsen.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 17

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 17 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →