Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 18

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ/מְנַצֵּ֤חַ לְ/עֶ֥בֶד יְהוָ֗ה לְ/דָ֫וִ֥ד אֲשֶׁ֤ר דִּבֶּ֨ר לַ/יהוָ֗ה אֶת דִּ֭בְרֵי הַ/שִּׁירָ֣ה הַ/זֹּ֑את בְּ/י֤וֹם הִֽצִּיל יְהוָ֘ה אוֹת֥/וֹ מִ/כַּ֥ף כָּל אֹ֝יְבָ֗י/ו וּ/מִ/יַּ֥ד שָׁאֽוּל׀׀־־־׃
STATEN

Voor den opperzangmeester, een psalm van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als hem de HEERE gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.

2
וַ/יֹּאמַ֡ר אֶרְחָמְ/ךָ֖ יְהוָ֣ה חִזְקִֽ/י׃
STATEN

Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!

3
יְהוָ֤ה סַֽלְעִ֥/י וּ/מְצוּדָתִ֗/י וּ/מְפַ֫לְטִ֥/י אֵלִ֣/י צ֭וּרִ/י אֶֽחֱסֶה בּ֑/וֹ מָֽגִנִּ֥/י וְ/קֶֽרֶן יִ֝שְׁעִ֗/י מִשְׂגַּבִּֽ/י׀־־׃
STATEN

De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welken ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek.

4
מְ֭הֻלָּל אֶקְרָ֣א יְהוָ֑ה וּ/מִן אֹ֝יְבַ֗/י אִוָּשֵֽׁעַ־׃
STATEN

Ik riep den HEERE aan, Die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden.

5
אֲפָפ֥וּ/נִי חֶבְלֵי מָ֑וֶת וְֽ/נַחֲלֵ֖י בְלִיַּ֣עַל יְבַֽעֲתֽוּ/נִי־׃
STATEN

Banden des doods hadden mij omvangen, en beken Belials verschrikten mij.

6
חֶבְלֵ֣י שְׁא֣וֹל סְבָב֑וּ/נִי קִ֝דְּמ֗וּ/נִי מ֣וֹקְשֵׁי מָֽוֶת׃
STATEN

Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

7
בַּ/צַּר לִ֤/י אֶֽקְרָ֣א יְהוָה֮ וְ/אֶל אֱלֹהַ֪/י אֲשַׁ֫וֵּ֥עַ יִשְׁמַ֣ע מֵ/הֵיכָל֣/וֹ קוֹלִ֑/י וְ֝/שַׁוְעָתִ֗/י לְ/פָנָ֤י/ו תָּב֬וֹא בְ/אָזְנָֽי/ו־׀־׀׃
STATEN

Als mij bange was, riep ik den HEERE aan, en riep tot mijn God; Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep voor Zijn aangezicht kwam in Zijn oren.

8
וַ/תִּגְעַ֬שׁ וַ/תִּרְעַ֨שׁ הָ/אָ֗רֶץ וּ/מוֹסְדֵ֣י הָרִ֣ים יִרְגָּ֑זוּ וַ֝/יִּתְגָּֽעֲשׁ֗וּ כִּי חָ֥רָה לֽ/וֹ׀־׃
STATEN

Toen daverde en beefde de aarde, en de gronden der bergen beroerden zich en daverden, omdat Hij ontstoken was.

9
עָ֘לָ֤ה עָשָׁ֨ן בְּ/אַפּ֗/וֹ וְ/אֵשׁ מִ/פִּ֥י/ו תֹּאכֵ֑ל גֶּ֝חָלִ֗ים בָּעֲר֥וּ מִמֶּֽ/נּוּ׀־׃
STATEN

Rook ging op van Zijn neus, en een vuur uit Zijn mond verteerde; kolen werden daarvan aangestoken.

10
וַ/יֵּ֣ט שָׁ֭מַיִם וַ/יֵּרַ֑ד וַ֝/עֲרָפֶ֗ל תַּ֣חַת רַגְלָֽי/ו׃
STATEN

En Hij boog den hemel, en daalde neder, en donkerheid was onder Zijn voeten.

11
וַ/יִּרְכַּ֣ב עַל כְּ֭רוּב וַ/יָּעֹ֑ף וַ֝/יֵּ֗דֶא עַל כַּנְפֵי רֽוּחַ־־־׃
STATEN

En Hij voer op een cherub, en vloog; ja, Hij vloog snellijk op de vleugelen des winds.

12
יָ֤שֶׁת חֹ֨שֶׁךְ סִתְר֗/וֹ סְבִֽיבוֹתָ֥י/ו סֻכָּת֑/וֹ חֶשְׁכַת מַ֝֗יִם עָבֵ֥י שְׁחָקִֽים׀־׃
STATEN

Duisternis zette Hij tot Zijn verberging; rondom Hem was Zijn tent, duisterheid der wateren, wolken des hemels.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 18

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 18 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →