Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 31

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ/מְנַצֵּ֗חַ מִזְמ֥וֹר לְ/דָוִֽד׃
STATEN

Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

2
בְּ/ךָ֖ יְהוָ֣ה חָ֭סִיתִי אַל אֵב֣וֹשָׁה לְ/עוֹלָ֑ם בְּ/צִדְקָתְ/ךָ֥ פַלְּטֵֽ/נִי־׃
STATEN

Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.

3
הַטֵּ֤ה אֵלַ֨/י אָזְנְ/ךָ֮ מְהֵרָ֪ה הַצִּ֫ילֵ֥/נִי הֱיֵ֤ה לִ֨/י לְֽ/צוּר מָ֭עוֹז לְ/בֵ֥ית מְצוּד֗וֹת לְ/הוֹשִׁיעֵֽ/נִי׀׀־׃
STATEN

Neig Uw oor tot mij, red mij haastelijk; wees mij tot een sterken Rotssteen, tot een zeer vast Huis, om mij te behouden.

4
כִּֽי סַלְעִ֣/י וּ/מְצוּדָתִ֣/י אָ֑תָּה וּ/לְמַ֥עַן שִׁ֝מְ/ךָ֗ תַּֽנְחֵ֥/נִי וּֽ/תְנַהֲלֵֽ/נִי־׃
STATEN

Want Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burg; leid mij dan, en voer mij, om Uws Naams wil.

5
תּוֹצִיאֵ֗/נִי מֵ/רֶ֣שֶׁת ז֭וּ טָ֣מְנוּ לִ֑/י כִּֽי אַ֝תָּה מָֽעוּזִּֽ/י־׃
STATEN

Doe mij uitgaan uit het net, dat zij voor mij verborgen hebben, want Gij zijt mijn Sterkte.

6
בְּ/יָדְ/ךָ֮ אַפְקִ֪יד ר֫וּחִ֥/י פָּדִ֖יתָה אוֹתִ֥/י יְהוָ֗ה אֵ֣ל אֱמֶֽת׃
STATEN

In Uw hand beveel ik mijn geest; Gij hebt mij verlost, HEERE, Gij, God der waarheid!

7
שָׂנֵ֗אתִי הַ/שֹּׁמְרִ֥ים הַבְלֵי שָׁ֑וְא וַ֝/אֲנִ֗י אֶל יְהוָ֥ה בָּטָֽחְתִּי־־׃
STATEN

Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

8
אָגִ֥ילָה וְ/אֶשְׂמְחָ֗ה בְּ/חַ֫סְדֶּ֥/ךָ אֲשֶׁ֣ר רָ֭אִיתָ אֶת עָנְיִ֑/י יָ֝דַ֗עְתָּ בְּ/צָר֥וֹת נַפְשִֽׁ/י־׃
STATEN

Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid, omdat Gij mijn ellende hebt aangezien, en mijn ziel in benauwdheden gekend;

9
וְ/לֹ֣א הִ֭סְגַּרְתַּ/נִי בְּ/יַד אוֹיֵ֑ב הֶֽעֱמַ֖דְתָּ בַ/מֶּרְחָ֣ב רַגְלָֽ/י־׃
STATEN

En mij niet hebt overgeleverd in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.

10
חָנֵּ֥/נִי יְהוָה֮ כִּ֤י צַ֫ר לִ֥/י עָשְׁשָׁ֖ה בְ/כַ֥עַס עֵינִ֗/י נַפְשִׁ֥/י וּ/בִטְנִֽ/י־׃
STATEN

Wees mij genadig, HEERE! want mij is bange; van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

11
כִּ֤י כָל֪וּ בְ/יָג֡וֹן חַיַּ/י֮ וּ/שְׁנוֹתַ֪/י בַּ/אֲנָ֫חָ֥ה כָּשַׁ֣ל בַּ/עֲוֺנִ֣/י כֹחִ֑/י וַ/עֲצָמַ֥/י עָשֵֽׁשׁוּ׃
STATEN

Want mijn leven is verteerd van droefenis, en mijn jaren van zuchten; mijn kracht is vervallen door mijn ongerechtigheid, en mijn beenderen zijn doorknaagd.

12
מִ/כָּל צֹרְרַ֨/י הָיִ֪יתִי חֶרְפָּ֡ה וְ/לִ/שֲׁכֵנַ֨/י מְאֹד֮ וּ/פַ֪חַד לִֽ/מְיֻדָּ֫עָ֥/י רֹאַ֥/י בַּ/ח֑וּץ נָדְד֥וּ מִמֶּֽ/נִּי־׀׃
STATEN

Vanwege al mijn wederpartijders ben ik, ook mijn naburen, grotelijks tot een smaad geworden, en mijn bekenden tot een schrik; die mij op de straten zien, vlieden van mij weg.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 31

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 31 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →