Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 35

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לְ/דָוִ֨ד רִיבָ֣/ה יְ֭הוָה אֶת יְרִיבַ֑/י לְ֝חַ֗ם אֶת לֹֽחֲמָֽ/י׀־־׃
STATEN

Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.

2
הַחֲזֵ֣ק מָגֵ֣ן וְ/צִנָּ֑ה וְ֝/ק֗וּמָ/ה בְּ/עֶזְרָתִֽ/י׃
STATEN

Grijp het schild en de rondas, en sta op tot mijn hulp.

3
וְ/הָ֘רֵ֤ק חֲנִ֣ית וּ֭/סְגֹר לִ/קְרַ֣את רֹדְפָ֑/י אֱמֹ֥ר לְ֝/נַפְשִׁ֗/י יְֽשֻׁעָתֵ֥/ךְ אָֽנִי׃
STATEN

En breng de spies voort, en sluit den weg toe, mijn vervolgers tegemoet; zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil.

4
יֵבֹ֣שׁוּ וְ/יִכָּלְמוּ֮ מְבַקְשֵׁ֪י נַ֫פְשִׁ֥/י יִסֹּ֣גוּ אָח֣וֹר וְ/יַחְפְּר֑וּ חֹ֝שְׁבֵ֗י רָעָתִֽ/י׃
STATEN

Laat hen beschaamd en te schande worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en schaamrood worden, die kwaad tegen mij bedenken.

5
יִֽהְי֗וּ כְּ/מֹ֥ץ לִ/פְנֵי ר֑וּחַ וּ/מַלְאַ֖ךְ יְהוָ֣ה דּוֹחֶֽה־׃
STATEN

Laat hen worden als kaf voor den wind, en de Engel des HEEREN drijve hen weg.

6
יְֽהִי דַרְכָּ֗/ם חֹ֥שֶׁךְ וַ/חֲלַקְלַקּ֑וֹת וּ/מַלְאַ֥ךְ יְ֝הוָ֗ה רֹדְפָֽ/ם־׃
STATEN

Hun weg zij duister en gans slibberig; en de Engel des HEEREN vervolge hen.

7
כִּֽי חִנָּ֣ם טָֽמְנוּ לִ֭/י שַׁ֣חַת רִשְׁתָּ֑/ם חִ֝נָּ֗ם חָפְר֥וּ לְ/נַפְשִֽׁ/י־־׃
STATEN

Want zij hebben zonder oorzaak de groeve van hun net voor mij verborgen; zij hebben zonder oorzaak gegraven voor mijn ziel.

8
תְּבוֹאֵ֣/הוּ שׁוֹאָה֮ לֹֽא יֵ֫דָ֥ע וְ/רִשְׁתּ֣/וֹ אֲשֶׁר טָמַ֣ן תִּלְכְּד֑/וֹ בְּ֝/שׁוֹאָ֗ה יִפָּל בָּֽ/הּ־־־׃
STATEN

De verwoesting overkome hem, dat hij het niet wete, en zijn net, dat hij verborgen heeft, vange hemzelven; hij valle daarin met verwoesting.

9
וְ֭/נַפְשִׁ/י תָּגִ֣יל בַּ/יהוָ֑ה תָּ֝שִׂישׂ בִּ/ישׁוּעָתֽ/וֹ׃
STATEN

Zo zal mijn ziel zich verheugen in den HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil.

10
כָּ֥ל עַצְמוֹתַ֨/י תֹּאמַרְנָה֮ יְהוָ֗ה מִ֥י כָ֫מ֥וֹ/ךָ מַצִּ֣יל עָ֭נִי מֵ/חָזָ֣ק מִמֶּ֑/נּוּ וְ/עָנִ֥י וְ֝/אֶבְי֗וֹן מִ/גֹּזְלֽ/וֹ׀׃
STATEN

Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.

11
יְ֭קוּמוּ/ן עֵדֵ֣י חָמָ֑ס אֲשֶׁ֥ר לֹא יָ֝דַ֗עְתִּי יִשְׁאָלֽוּ/נִי־׃
STATEN

Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.

12
יְשַׁלְּמ֣וּ/נִי רָ֭עָה תַּ֥חַת טוֹבָ֗ה שְׁכ֣וֹל לְ/נַפְשִֽׁ/י׃
STATEN

Zij vergelden mij kwaad voor goed, de beroving mijner ziel.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 35

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 35 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →