Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 41

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ/מְנַצֵּ֗חַ מִזְמ֥וֹר לְ/דָוִֽד׃
STATEN

Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

2
אַ֭שְׁרֵי מַשְׂכִּ֣יל אֶל דָּ֑ל בְּ/י֥וֹם רָ֝עָ֗ה יְֽמַלְּטֵ֥/הוּ יְהוָֽה־׃
STATEN

Welgelukzalig is hij, die zich verstandiglijk gedraagt jegens een ellendige; de HEERE zal hem bevrijden ten dage des kwaads.

3
וְ/אֻשַּׁ֣ר יְהוָ֤ה יִשְׁמְרֵ֣/הוּ וִֽ֭/יחַיֵּ/הוּ יאשר בָּ/אָ֑רֶץ וְ/אַֽל תִּ֝תְּנֵ֗/הוּ בְּ/נֶ֣פֶשׁ אֹיְבָֽי/ו׀־׃
STATEN

De HEERE zal hem bewaren, en zal hem bij het leven behouden; hij zal op aarde gelukzalig gemaakt worden. Geef hem ook niet over in zijner vijanden begeerte.

4
יְֽהוָ֗ה יִ֭סְעָדֶ/נּוּ עַל עֶ֣רֶשׂ דְּוָ֑י כָּל מִ֝שְׁכָּב֗/וֹ הָפַ֥כְתָּ בְ/חָלְיֽ/וֹ־־׃
STATEN

De HEERE zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijn krankheid verandert Gij zijn ganse leger.

5
אֲֽנִי אָ֭מַרְתִּי יְהוָ֣ה חָנֵּ֑/נִי רְפָאָ֥/ה נַ֝פְשִׁ֗/י כִּי חָטָ֥אתִי לָֽ/ךְ־־׃
STATEN

Ik zeide: O HEERE! wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.

6
אוֹיְבַ֗/י יֹאמְר֣וּ רַ֣ע לִ֑/י מָתַ֥י יָ֝מ֗וּת וְ/אָבַ֥ד שְׁמֽ/וֹ׃
STATEN

Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?

7
וְ/אִם בָּ֤א לִ/רְא֨וֹת שָׁ֤וְא יְדַבֵּ֗ר לִבּ֗/וֹ יִקְבָּץ אָ֥וֶן ל֑/וֹ יֵצֵ֖א לַ/ח֣וּץ יְדַבֵּֽר־׀־׃
STATEN

En zo iemand van hen komt, om mij te zien, hij spreekt valsheid; zijn hart vergadert zich onrecht; gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van.

8
יַ֗חַד עָלַ֣/י יִ֭תְלַחֲשׁוּ כָּל שֹׂנְאָ֑/י עָלַ֓/י יַחְשְׁב֖וּ רָעָ֣ה לִֽ/י־׀׃
STATEN

Al mijn haters mompelen te zamen tegen mij; ze bedenken tegen mij, hetgeen mij kwaad is, zeggende:

9
דְּֽבַר בְּ֭לִיַּעַל יָצ֣וּק בּ֑/וֹ וַ/אֲשֶׁ֥ר שָׁ֝כַ֗ב לֹא יוֹסִ֥יף לָ/קֽוּם־־׃
STATEN

Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet weder opstaan.

10
גַּם אִ֤ישׁ שְׁלוֹמִ֨/י אֲשֶׁר בָּטַ֣חְתִּי ב֭/וֹ אוֹכֵ֣ל לַחְמִ֑/י הִגְדִּ֖יל עָלַ֣/י עָקֵֽב־׀־׃
STATEN

Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.

11
וְ/אַתָּ֤ה יְהוָ֗ה חָנֵּ֥/נִי וַ/הֲקִימֵ֑/נִי וַֽ/אֲשַׁלְּמָ֥ה לָ/הֶֽם׃
STATEN

Maar Gij, o HEERE! wees mij genadig, en richt mij op; en ik zal het hun vergelden.

12
בְּ/זֹ֣את יָ֭דַעְתִּי כִּֽי חָפַ֣צְתָּ בִּ֑/י כִּ֤י לֹֽא יָרִ֖יעַ אֹיְבִ֣/י עָלָֽ/י־־׃
STATEN

Hierbij weet ik, dat Gij lust aan mij hebt, dat mijn vijand over mij niet zal juichen.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 41

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 41 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →