KETUVIM
Psalmen 49
תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Getuigen
לַ/מְנַצֵּ֬חַ לִ/בְנֵי קֹ֬רַח מִזְמֽוֹר׀־׃
STATEN
Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
שִׁמְעוּ זֹ֭את כָּל הָֽ/עַמִּ֑ים הַ֝אֲזִ֗ינוּ כָּל יֹ֥שְׁבֵי חָֽלֶד־־־׃
STATEN
Hoort dit, alle gij volken! neemt ter ore, alle inwoners der wereld,
גַּם בְּנֵ֣י אָ֭דָם גַּם בְּנֵי אִ֑ישׁ יַ֝֗חַד עָשִׁ֥יר וְ/אֶבְיֽוֹן־־־׃
STATEN
Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!
פִּ֭/י יְדַבֵּ֣ר חָכְמ֑וֹת וְ/הָג֖וּת לִבִּ֣/י תְבוּנֽוֹת׃
STATEN
Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, en de overdenking mijns harten zal vol verstand zijn.
אַטֶּ֣ה לְ/מָשָׁ֣ל אָזְנִ֑/י אֶפְתַּ֥ח בְּ֝/כִנּ֗וֹר חִידָתִֽ/י׃
STATEN
Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk; ik zal mijn verborgene rede openen op de harp.
לָ֣/מָּה אִ֭ירָא בִּ֣/ימֵי רָ֑ע עֲוֺ֖ן עֲקֵבַ֣/י יְסוּבֵּֽ/נִי׃
STATEN
Waarom zou ik vrezen in kwade dagen, als de ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?
הַ/בֹּטְחִ֥ים עַל חֵילָ֑/ם וּ/בְ/רֹ֥ב עָ֝שְׁרָ֗/ם יִתְהַלָּֽלוּ־׃
STATEN
Aangaande degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid huns rijkdoms roemen;
אָ֗ח לֹא פָדֹ֣ה יִפְדֶּ֣ה אִ֑ישׁ לֹא יִתֵּ֖ן לֵ/אלֹהִ֣ים כָּפְרֽ/וֹ־־׃
STATEN
Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven;
וְ֭/יֵקַר פִּדְי֥וֹן נַפְשָׁ֗/ם וְ/חָדַ֥ל לְ/עוֹלָֽם׃
STATEN
(Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);
וִֽ/יחִי ע֥וֹד לָ/נֶ֑צַח לֹ֖א יִרְאֶ֣ה הַ/שָּֽׁחַת־׃
STATEN
Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.
כִּ֤י יִרְאֶ֨ה חֲכָ֘מִ֤ים יָמ֗וּתוּ יַ֤חַד כְּסִ֣יל וָ/בַ֣עַר יֹאבֵ֑דוּ וְ/עָזְב֖וּ לַ/אֲחֵרִ֣ים חֵילָֽ/ם׀׃
STATEN
Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat te zamen een dwaas en een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten.
קִרְבָּ֤/ם בָּתֵּ֨י/מוֹ לְֽ/עוֹלָ֗ם מִ֭שְׁכְּנֹתָ/ם לְ/דֹ֣ר וָ/דֹ֑ר קָֽרְא֥וּ בִ֝/שְׁמוֹתָ֗/ם עֲלֵ֣י אֲדָמֽוֹת׀׃
STATEN
Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen.