Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 56

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ/מְנַצֵּ֤חַ עַל י֬וֹנַת אֵ֣לֶם רְ֭חֹקִים לְ/דָוִ֣ד מִכְתָּ֑ם בֶּֽ/אֱחֹ֨ז אֹת֖/וֹ פְלִשְׁתִּ֣ים בְּ/גַֽת׀־׃
STATEN

Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, op Jonath Elem Rechokim; als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath.

2
חָנֵּ֣/נִי אֱ֭לֹהִים כִּֽי שְׁאָפַ֣/נִי אֱנ֑וֹשׁ כָּל הַ֝/יּ֗וֹם לֹחֵ֥ם יִלְחָצֵֽ/נִי־־׃
STATEN

Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; den gansen dag dringt mij de bestrijder.

3
שָׁאֲפ֣וּ שׁ֭וֹרְרַ/י כָּל הַ/יּ֑וֹם כִּֽי רַבִּ֨ים לֹחֲמִ֖ים לִ֣/י מָרֽוֹם־־׃
STATEN

Mijn verspieders zoeken mij den gansen dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!

4
י֥וֹם אִירָ֑א אֲ֝נִ֗י אֵלֶ֥י/ךָ אֶבְטָֽח׃
STATEN

Ten dage, als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.

5
בֵּ/אלֹהִים֮ אֲהַלֵּ֪ל דְּבָ֫ר֥/וֹ בֵּ/אלֹהִ֣ים בָּ֭טַחְתִּי לֹ֣א אִירָ֑א מַה יַּעֲשֶׂ֖ה בָשָׂ֣ר לִֽ/י־׃
STATEN

In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij vlees doen?

6
כָּל הַ֭/יּוֹם דְּבָרַ֣/י יְעַצֵּ֑בוּ עָלַ֖/י כָּל מַחְשְׁבֹתָ֣/ם לָ/רָֽע־־׃
STATEN

Den gansen dag verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.

7
יִצְפּ֗וֹנוּ יָג֤וּרוּ יצפינו הֵ֭מָּה עֲקֵבַ֣/י יִשְׁמֹ֑רוּ כַּ֝/אֲשֶׁ֗ר קִוּ֥וּ נַפְשִֽׁ/י׀׃
STATEN

Zij rotten samen, zij versteken zich, zij passen op mijn hielen; als die op mijn ziel wachten.

8
עַל אָ֥וֶן פַּלֶּט לָ֑/מוֹ בְּ֝/אַ֗ף עַמִּ֤ים הוֹרֵ֬ד אֱלֹהִֽים־־׀׃
STATEN

Zouden zij om hun ongerechtigheid vrijgaan? Stort de volken neder in toorn, o God!

9
נֹדִ/י֮ סָפַ֪רְתָּ֫ה אָ֥תָּה שִׂ֣ימָ/ה דִמְעָתִ֣/י בְ/נֹאדֶ֑/ךָ הֲ֝/לֹ֗א בְּ/סִפְרָתֶֽ/ךָ׃
STATEN

Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register?

10
אָ֥֨ז יָ֘שׁ֤וּבוּ אוֹיְבַ֣/י אָ֭חוֹר בְּ/י֣וֹם אֶקְרָ֑א זֶה יָ֝דַ֗עְתִּי כִּֽי אֱלֹהִ֥ים לִֽ/י־־׃
STATEN

Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is.

11
בֵּֽ֭/אלֹהִים אֲהַלֵּ֣ל דָּבָ֑ר בַּ֝/יהוָ֗ה אֲהַלֵּ֥ל דָּבָֽר׃
STATEN

In God zal ik het woord prijzen; in den HEERE zal ik het woord prijzen.

12
בֵּֽ/אלֹהִ֣ים בָּ֭טַחְתִּי לֹ֣א אִירָ֑א מַה יַּעֲשֶׂ֖ה אָדָ֣ם לִֽ/י־׃
STATEN

Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 56

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 56 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →