Het Woord · Psalmen 57 KETUVIM
Psalmen 57 תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TAHOT i SINAITICUS i STATEN i KJV i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i JPS1917 i
לַ/מְנַצֵּ֣חַ אַל תַּ֭שְׁחֵת לְ/דָוִ֣ד מִכְתָּ֑ם בְּ/בָרְח֥/וֹ מִ/פְּנֵי שָׁ֝א֗וּל בַּ/מְּעָרָֽה־־׃
STATEN
Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altáscheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
חָנֵּ֤/נִי אֱלֹהִ֨ים חָנֵּ֗/נִי כִּ֥י בְ/ךָ֮ חָסָ֪יָה נַ֫פְשִׁ֥/י וּ/בְ/צֵֽל כְּנָפֶ֥י/ךָ אֶחְסֶ֑ה עַ֝֗ד יַעֲבֹ֥ר הַוּֽוֹת׀־׃
STATEN
Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want mijn ziel betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen, totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אֶ֭קְרָא לֵֽ/אלֹהִ֣ים עֶלְי֑וֹן לָ֝/אֵ֗ל גֹּמֵ֥ר עָלָֽ/י׃
STATEN
Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleinden zal.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
יִשְׁלַ֤ח מִ/שָּׁמַ֨יִם וְֽ/יוֹשִׁיעֵ֗/נִי חֵרֵ֣ף שֹׁאֲפִ֣/י סֶ֑לָה יִשְׁלַ֥ח אֱ֝לֹהִ֗ים חַסְדּ֥/וֹ וַ/אֲמִתּֽ/וֹ׀׃
STATEN
Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
נַפְשִׁ֤/י בְּ/ת֥וֹךְ לְבָאִם֮ אֶשְׁכְּבָ֪ה לֹ֫הֲטִ֥ים בְּֽנֵי אָדָ֗ם שִׁ֭נֵּי/הֶם חֲנִ֣ית וְ/חִצִּ֑ים וּ֝/לְשׁוֹנָ֗/ם חֶ֣רֶב חַדָּֽה׀־׃
STATEN
Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
ר֣וּמָ/ה עַל הַ/שָּׁמַ֣יִם אֱלֹהִ֑ים עַ֖ל כָּל הָ/אָ֣רֶץ כְּבוֹדֶֽ/ךָ־־׃
STATEN
Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
רֶ֤שֶׁת הֵכִ֣ינוּ לִ/פְעָמַ/י֮ כָּפַ֪ף נַ֫פְשִׁ֥/י כָּר֣וּ לְ/פָנַ֣/י שִׁיחָ֑ה נָפְל֖וּ בְ/תוֹכָ֣/הּ סֶֽלָה׀׃
STATEN
Zij hebben een net bereid voor mijn gangen, mijn ziel was nedergebukt; zij hebben een kuil voor mijn aangezicht gegraven; zij zijn er midden ingevallen. Sela.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
נָ֘כ֤וֹן לִבִּ֣/י אֱ֭לֹהִים נָכ֣וֹן לִבִּ֑/י אָ֝שִׁ֗ירָה וַ/אֲזַמֵּֽרָה׃
STATEN
Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen, en psalmzingen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
ע֤וּרָ/ה כְבוֹדִ֗/י ע֭וּרָֽ/ה הַ/נֵּ֥בֶל וְ/כִנּ֗וֹר אָעִ֥ירָה שָּֽׁחַר׃
STATEN
Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אוֹדְ/ךָ֖ בָ/עַמִּ֥ים אֲדֹנָ֑/י אֲ֝זַמֶּרְ/ךָ֗ בַּל אֻמִּֽים׀־׃
STATEN
Ik zal U loven onder de volken, o Heere! ik zal U psalmzingen onder de natiën.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּֽי גָדֹ֣ל עַד שָׁמַ֣יִם חַסְדֶּ֑/ךָ וְֽ/עַד שְׁחָקִ֥ים אֲמִתֶּֽ/ךָ־־־׃
STATEN
Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
ר֣וּמָ/ה עַל שָׁמַ֣יִם אֱלֹהִ֑ים עַ֖ל כָּל הָ/אָ֣רֶץ כְּבוֹדֶֽ/ךָ־־׃
STATEN
Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 56 ← → navigeer Hoofdstuk 58 →