KETUVIM

Psalmen 64

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (150)
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Getuigen
Interlineair
1
לַ/מְנַצֵּ֗חַ מִזְמ֥וֹר לְ/דָוִֽד
STATEN

Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

2
שְׁמַע אֱלֹהִ֣ים קוֹלִ֣/י בְ/שִׂיחִ֑/י מִ/פַּ֥חַד א֝וֹיֵ֗ב תִּצֹּ֥ר חַיָּֽ/י
STATEN

Hoor, o God! mijn stem in mijn geklag; behoed mijn leven voor des vijands schrik.

3
תַּ֭סְתִּירֵ/נִי מִ/סּ֣וֹד מְרֵעִ֑ים מֵ֝/רִגְשַׁ֗ת פֹּ֣עֲלֵי אָֽוֶן
STATEN

Verberg mij voor den heimelijken raad der boosdoeners, voor de oproerigheid van de werkers der ongerechtigheid.

4
אֲשֶׁ֤ר שָׁנְנ֣וּ כַ/חֶ֣רֶב לְשׁוֹנָ֑/ם דָּרְכ֥וּ חִ֝צָּ֗/ם דָּבָ֥ר מָֽר
STATEN

Die hun tong scherpen als een zwaard, een bitter woord aanleggen als hun pijl;

5
לִ/יר֣וֹת בַּ/מִּסְתָּרִ֣ים תָּ֑ם פִּתְאֹ֥ם יֹ֝רֻ֗/הוּ וְ/לֹ֣א יִירָֽאוּ
STATEN

Om in verborgen plaatsen den oprechte te schieten; haastig schieten zij naar hem, en vrezen niet.

6
יְחַזְּקוּ לָ֨/מוֹ דָּ֘בָ֤ר רָ֗ע יְֽ֭סַפְּרוּ לִ/טְמ֣וֹן מוֹקְשִׁ֑ים אָ֝מְר֗וּ מִ֣י יִרְאֶה לָּֽ/מוֹ
STATEN

Zij sterken zichzelven in een boze zaak; zij houden spraak van strikken te verbergen; zij zeggen: Wie zal ze zien?

7
יַֽחְפְּֽשׂוּ עוֹלֹ֗ת תַּ֭מְנוּ חֵ֣פֶשׂ מְחֻפָּ֑שׂ וְ/קֶ֥רֶב אִ֝֗ישׁ וְ/לֵ֣ב עָמֹֽק
STATEN

Zij doorzoeken allerlei schalkheid; ten uiterste doorzoeken zij, wat te doorzoeken is; zelfs het binnenste eens mans, en het diepe hart.

8
וַ/יֹּרֵ֗/ם אֱלֹ֫הִ֥ים חֵ֥ץ פִּתְא֑וֹם הָ֝י֗וּ מַכּוֹתָֽ/ם
STATEN

Maar God zal hen haastig met een pijl schieten; hun plagen zijn er.

9
וַ/יַּכְשִׁיל֣וּ/הוּ עָלֵ֣י/מוֹ לְשׁוֹנָ֑/ם יִ֝תְנֹדֲד֗וּ כָּל רֹ֥אֵה בָֽ/ם
STATEN

En hun tong zal hen doen aanstoten tegen zichzelven; een ieder, die hen ziet, zal zich wegpakken.

10
וַ/יִּֽירְא֗וּ כָּל אָ֫דָ֥ם וַ֭/יַּגִּידוּ פֹּ֥עַל אֱלֹהִ֗ים וּֽ/מַעֲשֵׂ֥/הוּ הִשְׂכִּֽילוּ
STATEN

En alle mensen zullen vrezen, en Gods werk verkondigen, en Zijn doen verstandelijk aanmerken.

11
יִשְׂמַ֬ח צַדִּ֣יק בַּ֭/יהוָה וְ/חָ֣סָה ב֑/וֹ וְ֝/יִתְהַֽלְל֗וּ כָּל יִשְׁרֵי לֵֽב
STATEN

De rechtvaardige zal zich verblijden in den HEERE, en op Hem betrouwen; en alle oprechten van hart zullen zich beroemen.