Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 66

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ֭/מְנַצֵּחַ שִׁ֣יר מִזְמ֑וֹר הָרִ֥יעוּ לֵ֝/אלֹהִים כָּל הָ/אָֽרֶץ־׃
STATEN

Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!

2
זַמְּר֥וּ כְבֽוֹד שְׁמ֑/וֹ שִׂ֥ימוּ כָ֝ב֗וֹד תְּהִלָּתֽ/וֹ־׃
STATEN

Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

3
אִמְר֣וּ לֵ֭/אלֹהִים מַה נּוֹרָ֣א מַעֲשֶׂ֑י/ךָ בְּ/רֹ֥ב עֻ֝זְּ/ךָ֗ יְֽכַחֲשׁ֖וּ לְ/ךָ֣ אֹיְבֶֽי/ךָ־׃
STATEN

Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.

4
כָּל הָ/אָ֤רֶץ יִשְׁתַּחֲו֣וּ לְ֭/ךָ וִֽ/יזַמְּרוּ לָ֑/ךְ יְזַמְּר֖וּ שִׁמְ/ךָ֣ סֶֽלָה־׀־׃
STATEN

De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.

5
לְכ֣וּ וּ֭/רְאוּ מִפְעֲל֣וֹת אֱלֹהִ֑ים נוֹרָ֥א עֲ֝לִילָ֗ה עַל בְּנֵ֥י אָדָֽם־׃
STATEN

Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.

6
הָ֤פַךְ יָ֨ם לְֽ/יַבָּשָׁ֗ה בַּ֭/נָּהָר יַֽעַבְר֣וּ בְ/רָ֑גֶל שָׁ֝֗ם נִשְׂמְחָה בּֽ/וֹ׀־׃
STATEN

Hij heeft de zee veranderd in het droge; zij zijn te voet doorgegaan door de rivier; daar hebben wij ons in Hem verblijd.

7
מֹ֘שֵׁ֤ל בִּ/גְבוּרָת֨/וֹ עוֹלָ֗ם עֵ֭ינָי/ו בַּ/גּוֹיִ֣ם תִּצְפֶּ֑ינָה הַ/סּוֹרְרִ֓ים אַל ירימו לָ֣/מוֹ סֶֽלָה׀׀־׃ יָר֖וּמוּ
STATEN

Hij heerst eeuwiglijk met Zijn macht; Zijn ogen houden wacht over de heidenen; laat de afvalligen niet verhoogd worden. Sela.

8
בָּרְכ֖וּ עַמִּ֥ים אֱלֹהֵ֑י/נוּ וְ֝/הַשְׁמִ֗יעוּ ק֣וֹל תְּהִלָּתֽ/וֹ׀׃
STATEN

Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.

9
הַ/שָּׂ֣ם נַ֭פְשֵׁ/נוּ בַּֽ/חַיִּ֑ים וְ/לֹֽא נָתַ֖ן לַ/מּ֣וֹט רַגְלֵֽ/נוּ־׃
STATEN

Die onze zielen in het leven stelt, en niet toelaat, dat onze voet wankele.

10
כִּֽי בְחַנְתָּ֥/נוּ אֱלֹהִ֑ים צְ֝רַפְתָּ֗/נוּ כִּ/צְרָף כָּֽסֶף־־׃
STATEN

Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;

11
הֲבֵאתָ֥/נוּ בַ/מְּצוּדָ֑ה שַׂ֖מְתָּ מוּעָקָ֣ה בְ/מָתְנֵֽי/נוּ׃
STATEN

Gij hadt ons in het net gebracht; Gij hadt een engen band om onze lenden gelegd;

12
הִרְכַּ֥בְתָּ אֱנ֗וֹשׁ לְ/רֹ֫אשֵׁ֥/נוּ בָּֽאנוּ בָ/אֵ֥שׁ וּ/בַ/מַּ֑יִם וַ֝/תּוֹצִיאֵ֗/נוּ לָֽ/רְוָיָֽה־׃
STATEN

Gij hadt den mens op ons hoofd doen rijden; wij waren in het vuur en in het water gekomen; maar Gij hebt ons uitgevoerd in een overvloeiende verversing.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 66

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 66 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →