1
לַ/מְנַצֵּ֥ח בִּ/נְגִינֹ֗ת מִזְמ֥וֹר שִֽׁיר
STATEN
Een psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op de Neginôth.
Een psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op de Neginôth.
God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela.
Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.
De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.
De natiën zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natiën op de aarde die zult Gij leiden. Sela.
De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.
De aarde geeft haar gewas; God, onze God, zal ons zegenen.
God zal ons zegenen; en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.