KETUVIM

Psalmen 67

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (150)
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Getuigen
Interlineair
1
לַ/מְנַצֵּ֥ח בִּ/נְגִינֹ֗ת מִזְמ֥וֹר שִֽׁיר
STATEN

Een psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op de Neginôth.

2
אֱלֹהִ֗ים יְחָנֵּ֥/נוּ וִֽ/יבָרְכֵ֑/נוּ יָ֤אֵ֥ר פָּנָ֖י/ו אִתָּ֣/נוּ סֶֽלָה
STATEN

God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela.

3
לָ/דַ֣עַת בָּ/אָ֣רֶץ דַּרְכֶּ֑/ךָ בְּ/כָל גּ֝וֹיִ֗ם יְשׁוּעָתֶֽ/ךָ
STATEN

Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.

4
יוֹד֖וּ/ךָ עַמִּ֥ים אֱלֹהִ֑ים י֝וֹד֗וּ/ךָ עַמִּ֥ים כֻּלָּֽ/ם
STATEN

De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.

5
יִֽשְׂמְח֥וּ וִֽ/ירַנְּנ֗וּ לְאֻ֫מִּ֥ים כִּֽי תִשְׁפֹּ֣ט עַמִּ֣ים מִישׁ֑וֹר וּ/לְאֻמִּ֓ים בָּ/אָ֖רֶץ תַּנְחֵ֣/ם סֶֽלָה
STATEN

De natiën zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natiën op de aarde die zult Gij leiden. Sela.

6
יוֹד֖וּ/ךָ עַמִּ֥ים אֱלֹהִ֑ים י֝וֹד֗וּ/ךָ עַמִּ֥ים כֻּלָּֽ/ם
STATEN

De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.

7
אֶ֭רֶץ נָתְנָ֣ה יְבוּלָ֑/הּ יְ֝בָרְכֵ֗/נוּ אֱלֹהִ֥ים אֱלֹהֵֽי/נוּ
STATEN

De aarde geeft haar gewas; God, onze God, zal ons zegenen.

8
יְבָרְכֵ֥/נוּ אֱלֹהִ֑ים וְ/יִֽירְא֥וּ אֹ֝ת֗/וֹ כָּל אַפְסֵי אָֽרֶץ
STATEN

God zal ons zegenen; en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.