Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 84

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לַ/מְנַצֵּ֥חַ עַֽל הַ/גִּתִּ֑ית לִ/בְנֵי קֹ֥רַח מִזְמֽוֹר־־׃
STATEN

Voor den opperzangmeester, op de Gittith; een psalm, voor de kinderen van Korach.

2
מַה יְּדִיד֥וֹת מִשְׁכְּנוֹתֶ֗י/ךָ יְהוָ֥ה צְבָאֽוֹת־׃
STATEN

Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o HEERE der heirscharen!

3
נִכְסְפָ֬ה וְ/גַם כָּלְתָ֨ה נַפְשִׁ/י֮ לְ/חַצְר֪וֹת יְה֫וָ֥ה לִבִּ֥/י וּ/בְשָׂרִ֑/י יְ֝רַנְּנ֗וּ אֶ֣ל אֵֽל חָֽי־׀־׃
STATEN

Mijn ziel is begerig, en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven des HEEREN; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot den levenden God.

4
גַּם צִפּ֨וֹר מָ֪צְאָה בַ֡יִת וּ/דְר֤וֹר קֵ֥ן לָ/הּ֮ אֲשֶׁר שָׁ֪תָה אֶפְרֹ֫חֶ֥י/הָ אֶֽת מִ֭זְבְּחוֹתֶי/ךָ יְהוָ֣ה צְבָא֑וֹת מַ֝לְכִּ֗/י וֵ/אלֹהָֽ/י־׀׀־־׃
STATEN

Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jongen legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning, en mijn God!

5
אַ֭שְׁרֵי יוֹשְׁבֵ֣י בֵיתֶ֑/ךָ ע֝֗וֹד יְֽהַלְל֥וּ/ךָ סֶּֽלָה׃
STATEN

Welgelukzalig zijn zij, die in Uw huis wonen; zij prijzen U gestadiglijk. Sela.

6
אַשְׁרֵ֣י אָ֭דָם עֽוֹז ל֥/וֹ בָ֑/ךְ מְ֝סִלּ֗וֹת בִּ/לְבָבָֽ/ם־׃
STATEN

Welgelukzalig is de mens, wiens sterkte in U is, in welker hart de gebaande wegen zijn.

7
עֹבְרֵ֤י בְּ/עֵ֣מֶק הַ֭/בָּכָא מַעְיָ֣ן יְשִׁית֑וּ/הוּ גַּם בְּ֝רָכ֗וֹת יַעְטֶ֥ה מוֹרֶֽה׀־׃
STATEN

Als zij door het dal der moerbeziënbomen doorgaan, stellen zij Hem tot een fontein; ook zal de regen hen gans rijkelijk overdekken.

8
יֵ֭לְכוּ מֵ/חַ֣יִל אֶל חָ֑יִל יֵרָאֶ֖ה אֶל אֱלֹהִ֣ים בְּ/צִיּֽוֹן־־׃
STATEN

Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.

9
יְה֘וָ֤ה אֱלֹהִ֣ים צְ֭בָאוֹת שִׁמְעָ֣/ה תְפִלָּתִ֑/י הַאֲזִ֨ינָ/ה אֱלֹהֵ֖י יַעֲקֹ֣ב סֶֽלָה׃
STATEN

HEERE, God der heirscharen! hoor mijn gebed; neem het ter oren, o God van Jakob! Sela.

10
מָ֭גִנֵּ/נוּ רְאֵ֣ה אֱלֹהִ֑ים וְ֝/הַבֵּ֗ט פְּנֵ֣י מְשִׁיחֶֽ/ךָ׃
STATEN

O God, ons Schild! zie, en aanschouw het aangezicht Uws gezalfden.

11
כִּ֤י טֽוֹב י֥וֹם בַּ/חֲצֵרֶ֗י/ךָ מֵ֫/אָ֥לֶף בָּחַ֗רְתִּי הִ֭סְתּוֹפֵף בְּ/בֵ֣ית אֱלֹהַ֑/י מִ֝/דּ֗וּר בְּ/אָהֳלֵי רֶֽשַׁע־־׃
STATEN

Want één dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid.

12
כִּ֤י שֶׁ֨מֶשׁ וּ/מָגֵן֮ יְהוָ֪ה אֱלֹ֫הִ֥ים חֵ֣ן וְ֭/כָבוֹד יִתֵּ֣ן יְהוָ֑ה לֹ֥א יִמְנַע ט֝֗וֹב לַֽ/הֹלְכִ֥ים בְּ/תָמִֽים׀־׃
STATEN

Want God, de HEERE, is een Zon en Schild; de HEERE zal genade en eer geven; Hij zal het goede niet onthouden dengenen, die in oprechtheid wandelen.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 84

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 84 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →