KETUVIM

Psalmen 99

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (150)
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Getuigen
Interlineair
1
יְהוָ֣ה מָ֭לָךְ יִרְגְּז֣וּ עַמִּ֑ים יֹשֵׁ֥ב כְּ֝רוּבִ֗ים תָּנ֥וּט הָ/אָֽרֶץ
STATEN

De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich.

2
יְ֭הוָה בְּ/צִיּ֣וֹן גָּד֑וֹל וְ/רָ֥ם ה֝֗וּא עַל כָּל הָֽ/עַמִּֽים
STATEN

De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.

3
יוֹד֣וּ שִׁ֭מְ/ךָ גָּד֥וֹל וְ/נוֹרָ֗א קָד֥וֹשׁ הֽוּא
STATEN

Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;

4
וְ/עֹ֥ז מֶלֶךְ֮ מִשְׁפָּ֪ט אָ֫הֵ֥ב אַ֭תָּה כּוֹנַ֣נְתָּ מֵישָׁרִ֑ים מִשְׁפָּ֥ט וּ֝/צְדָקָ֗ה בְּ/יַעֲקֹ֤ב אַתָּ֬ה עָשִֽׂיתָ
STATEN

En de sterkte des Konings, die het recht lief heeft. Gij hebt billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.

5
רֽוֹמְמ֡וּ יְה֘וָ֤ה אֱלֹהֵ֗י/נוּ וְֽ֭/הִשְׁתַּחֲווּ לַ/הֲדֹ֥ם רַגְלָ֗י/ו קָד֥וֹשׁ הֽוּא
STATEN

Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!

6
מֹ֘שֶׁ֤ה וְ/אַהֲרֹ֨ן בְּֽ/כֹהֲנָ֗י/ו וּ֭/שְׁמוּאֵל בְּ/קֹרְאֵ֣י שְׁמ֑/וֹ קֹרִ֥אים אֶל יְ֝הוָ֗ה וְ/ה֣וּא יַעֲנֵֽ/ם
STATEN

Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters, en Samuël onder de aanroepers Zijns Naams; zij riepen tot den HEERE, en Hij verhoorde hen.

7
בְּ/עַמּ֣וּד עָ֭נָן יְדַבֵּ֣ר אֲלֵי/הֶ֑ם שָׁמְר֥וּ עֵ֝דֹתָ֗י/ו וְ/חֹ֣ק נָֽתַן לָֽ/מוֹ
STATEN

Hij sprak tot hen in een wolkkolom; zij hebben Zijn getuigenissen onderhouden, en de inzettingen, die Hij hun gegeven had.

8
יְהוָ֣ה אֱלֹהֵי/נוּ֮ אַתָּ֪ה עֲנִ֫יתָ֥/ם אֵ֣ל נֹ֭שֵׂא הָיִ֣יתָ לָ/הֶ֑ם וְ֝/נֹקֵ֗ם עַל עֲלִילוֹתָֽ/ם
STATEN

O HEERE, onze God! Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden.

9
רֽוֹמְמ֡וּ יְה֘וָ֤ה אֱלֹהֵ֗י/נוּ וְ֭/הִֽשְׁתַּחֲווּ לְ/הַ֣ר קָדְשׁ֑/וֹ כִּֽי קָ֝ד֗וֹשׁ יְהוָ֥ה אֱלֹהֵֽי/נוּ
STATEN

Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.